Terug
Gepubliceerd op 30/11/2021

2021_GR_00193 - Belastingen - Reglement algemene gemeentebelasting op de bedrijven, aanslagjaar 2022 tot en met 2025 - Goedkeuring

Gemeenteraad
di 23/11/2021 - 20:00 raadzaal
Goedgekeurd
Dit besluit handelt over een Belastingreglement, type Kohierbelasting. Dit reglement treedt in werking op 01/01/2022 en eindigt op 31/12/2025
  • Relevante MAR code: 73400 - Algemene bedrijfsbelasting
  • Bijkomende aanslagvoet: Nee

Samenstelling

Aanwezig

Raf Terwingen, burgemeester; Herbert Coox, schepen; Tanja Imbornone, schepen; Mustafa Uzun, schepen; Marleen Kortleven, schepen; Stefan Thorez, schepen; Romain Hamers, schepen; Johan Wolk, schepen; Rik Aussems; Corrie Bemelmans; Kim Claessens; Gerard Colson; Christel De Cuyper; Alice Deckers; Daan Deckers; Jan Delille; Eren Dokmeci; Alyssa Gallo; Ingrid Gutschoven; Serdar Karali; Zehra Kolkiran; Jos Lambrichts; Elvire Martens; Mike Maussen; Inge Opsteijn; Mario Quagliara; Mieke Ramaekers; Bernd Smeets; Erik Ver Berne; Alex Vossen; Ronny Westhovens; Sabine Bervaes, algemeen directeur

Afwezig

Georges Lenssen, voorzitter; Eef Hermans

Secretaris

Sabine Bervaes, algemeen directeur

Stemming op het agendapunt

2021_GR_00193 - Belastingen - Reglement algemene gemeentebelasting op de bedrijven, aanslagjaar 2022 tot en met 2025 - Goedkeuring

Aanwezig

Raf Terwingen, Herbert Coox, Tanja Imbornone, Mustafa Uzun, Marleen Kortleven, Stefan Thorez, Romain Hamers, Johan Wolk, Rik Aussems, Corrie Bemelmans, Kim Claessens, Gerard Colson, Christel De Cuyper, Alice Deckers, Daan Deckers, Jan Delille, Eren Dokmeci, Alyssa Gallo, Ingrid Gutschoven, Serdar Karali, Zehra Kolkiran, Jos Lambrichts, Elvire Martens, Mike Maussen, Inge Opsteijn, Mario Quagliara, Mieke Ramaekers, Bernd Smeets, Erik Ver Berne, Alex Vossen, Ronny Westhovens, Sabine Bervaes
Stemmen voor 17
Mustafa Uzun, Mieke Ramaekers, Tanja Imbornone, Johan Wolk, Marleen Kortleven, Herbert Coox, Ronny Westhovens, Inge Opsteijn, Ingrid Gutschoven, Eren Dokmeci, Kim Claessens, Mario Quagliara, Raf Terwingen, Corrie Bemelmans, Jan Delille, Romain Hamers, Stefan Thorez
Stemmen tegen 13
Bernd Smeets, Alice Deckers, Daan Deckers, Rik Aussems, Elvire Martens, Alyssa Gallo, Erik Ver Berne, Christel De Cuyper, Gerard Colson, Jos Lambrichts, Serdar Karali, Zehra Kolkiran, Mike Maussen
Onthoudingen 1
Alex Vossen
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0

Stemming op het agendapunt

2021_GR_00193 - Belastingen - Reglement algemene gemeentebelasting op de bedrijven, aanslagjaar 2022 tot en met 2025 - Goedkeuring

Aanwezig

Raf Terwingen, Herbert Coox, Tanja Imbornone, Mustafa Uzun, Marleen Kortleven, Stefan Thorez, Romain Hamers, Johan Wolk, Rik Aussems, Corrie Bemelmans, Kim Claessens, Gerard Colson, Christel De Cuyper, Alice Deckers, Daan Deckers, Jan Delille, Eren Dokmeci, Alyssa Gallo, Ingrid Gutschoven, Serdar Karali, Zehra Kolkiran, Jos Lambrichts, Elvire Martens, Mike Maussen, Inge Opsteijn, Mario Quagliara, Mieke Ramaekers, Bernd Smeets, Erik Ver Berne, Alex Vossen, Ronny Westhovens, Sabine Bervaes
Stemmen voor 17
Mustafa Uzun, Mieke Ramaekers, Tanja Imbornone, Johan Wolk, Marleen Kortleven, Herbert Coox, Ronny Westhovens, Inge Opsteijn, Ingrid Gutschoven, Eren Dokmeci, Kim Claessens, Mario Quagliara, Raf Terwingen, Corrie Bemelmans, Jan Delille, Romain Hamers, Stefan Thorez
Stemmen tegen 11
Bernd Smeets, Alice Deckers, Daan Deckers, Rik Aussems, Elvire Martens, Alyssa Gallo, Alex Vossen, Erik Ver Berne, Christel De Cuyper, Gerard Colson, Jos Lambrichts
Onthoudingen 3
Serdar Karali, Zehra Kolkiran, Mike Maussen
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2021_GR_00193 - Belastingen - Reglement algemene gemeentebelasting op de bedrijven, aanslagjaar 2022 tot en met 2025 - Goedkeuring 2021_GR_00193 - Belastingen - Reglement algemene gemeentebelasting op de bedrijven, aanslagjaar 2022 tot en met 2025 - Goedkeuring

Motivering

Argumentatie

Gelet op artikel 170, §4 van de Grondwet;

Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019;

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen;

Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;

Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones;

Gelet op de Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019;

Overwegende dat   het budgettair noodzakelijk is een belasting te heffen die toelaat de uitgaven van de gemeente in het algemeen te financieren (zowel de verplichte als de facultatieve uitgaven);

Overwegende dat de heffing van de belasting zelf efficiënt en rendabel moet zijn. Aldus dienen de belastingopbrengsten de administratieve kosten verbonden aan de vestiging en de invordering van de belastingaanslagen te dekken;

Overwegende dat het aangewezen is om de natuurlijke en de rechtspersonen die op het grondgebied van de gemeente een economische activiteit uitoefenen en die gebruik maken van gemeentelijke infrastructuur en de dienstverlening op het vlak van wegen, riolering, ruimtelijke ordening en milieubeleid, enz. aan een gemeentebelasting te onderwerpen;

Dat het redelijk voorkomt om te streven naar een billijke, algemene en evenwichtige spreiding van de belastingdruk over al de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, met inachtneming van ieders financiële draagkracht en/of economische rentabiliteit;

Overwegende dat commerciële rechtspersonen in het algemeen een grotere invloed hebben op de gemeentelijke uitgaven en in het algemeen een grotere financiële draagkracht hebben dan de in artikelen 180, 181 en 182 van het WIB bedoelde rechtspersonen voor wie het winstbejag niet de belangrijkste bestaansreden is; de rechtspersonen zoals gedefinieerd in de artikelen 180, 181 en 182 van WIB 92 worden dan ook vrijgesteld;

Overwegende dat de algemene gemeentebelasting op de bedrijven tot doel heeft om alle bedrijven op het grondgebied van de gemeente te laten bijdragen;

Overwegende dat ten overstaan van hen het belastbaar voorwerp bestaat uit het hebben van een vestiging die op het grondgebied van de gemeente is gelegen en die door het bedrijf wordt gebruikt of tot gebruik wordt voorbehouden;

Overwegende dat de belastbare grondslag eenvoudig meetbaar en controleerbaar moet zijn en derhalve bestaat uit de totale bebouwde en/of onbebouwde oppervlakte van het goed waarop de vestiging zich bevindt en die door de belastingplichtige voor de uitbating wordt gebruikt of tot gebruik wordt voorbehouden;

Overwegende dat niet alleen de effectief gebruikte oppervlakten, maar ook deze die ter beschikking staan van de belastingplichtige om effectief gebruikt te worden, wanneer deze dit wenst, belastbaar zijn; het ook belastbaar zijn van deze laatste soort oppervlakten vermijdt betwistingen aangaande het begrip effectief gebruik;

Overwegende dat het oppervlaktecriterium met een daaraan gekoppelde gedifferentieerde tariefstructuur op adequate wijze toelaat om, bij benadering en in overeenstemming met het beginsel van de verdelende rechtvaardigheid, de belasting vast te stellen;

Overwegende dat het oppervlaktecriterium als berekeningsbasis redelijk en objectief beschouwd wordt teneinde de algemene gemeentebelasting te berekenen;

Overwegende dat de belasting belastingplichtigen beoogt met verschillende toestanden en dat die verscheidenheid noodzakelijkerwijs moet worden opgevangen in vereenvoudigde categorieën. De normen van een belasting kunnen niet worden aangepast naargelang de eigenheid van elk individueel geval. Er kan niet voor alle mogelijke soorten bedrijven (elk met hun eigen en meest uiteenlopende kenmerken) worden voorzien in een specifieke belastingregeling;

Overwegende dat verschillen in financiële draagkracht en/of economische rentabiliteit redelijk verantwoorde differentiatiecriteria uitmaken voor de toepassing van het belastingreglement en het verschil in tarifering;

Overwegende dat categorieën van bedrijven die door hun aard de grond (bodem) als natuurlijk productiemiddel of voor specifieke openluchtrecreatieve beroeps- of bedrijfsdoeleinden aanwenden en die in vergelijking met andere categorieën een lager rendement per vierkante meter oppervlakte hebben, een uitzonderlijke nood hebben aan grotere oppervlakten om een economisch leefbare (rendabele) exploitatie te kunnen realiseren;

Overwegende dat de tariefstructuur tegemoet komt aan de doelstelling van een evenwichtige spreiding in functie van de financiële draagkracht door voor deze categorieën van belastingplichtigen aangepaste tarieven te voorzien, die in overeenstemming kunnen worden beschouwd met hun financiële draagkracht;

Gelet op het bijzonder belang van sommige entiteiten en erkende verenigingen, alsook hun draagkracht, past het om te voorzien in een vrijstelling van deze niet-commerciële instellingen. De belasting is gericht op een rechtmatige verdeling van de belastingdruk zodat het genereren van inkomsten bij draagkrachtige belastingplichtigen en het vrijstellen van niet-commerciële instellingen niet onredelijk is;

Overwegende dat bij het bepalen van het tarief tevens rekening wordt gehouden met de klasse van hinderlijkheid, zodat bedrijven en beoefenaars van vrije beroepen die geen zware impact hebben op de directe omgeving en het milieu minder zwaar belast worden;

Overwegende dat de gemeente hiervoor de indelingslijst van de Vlaamse Regering (bijlage Vlarem II) zal gebruiken, waarbij de aard en de ligging van de inrichting of activiteit alsook de gradatie van risico’s en de hinder die zij afstralen, bepalende factoren zijn bij het aanwijzen van de klasse ervan. Inrichtingen en activiteiten van klasse 1 vertonen intrinsiek de grootste hinder of risico’s, inrichtingen of activiteiten van klasse 3 de minste. Voor de inrichtingen en activiteiten van klasse 1 en 2 moet specifiek een omgevingsvergunning worden aangevraagd, terwijl voor de inrichtingen en activiteiten van klasse 3 slechts een meldingsplicht geldt. De gemeente acht het daarom verantwoord om deze minst hinderlijke activiteiten voor de toepassing van dit belastingreglement gelijk te schakelen met alle overige activiteiten niet beoogd in de bijlagen Vlarem II;

Overwegende dat de gemeente Maasmechelen de ontwikkeling van de handel wil stimuleren;

Dat het derhalve gepast voorkomt om dit standpunt te benadrukken door een vrijstelling te voorzien voor startende ondernemingen;

Overwegende dat de eerste jaren van een startende onderneming bepalend zijn voor het voortbestaan van een zaak;

Dat na een periode van drie à vijf jaar volgens studies een evaluatie kan gemaakt worden omtrent het al dan niet succesvol zijn van de betrokken onderneming;

Dat de gemeente deze periode wenst te helpen overbruggen;

Overwegende dat de gemeente Maasmechelen een bijdrage wil leveren aan het stimuleren van de productie van groene stroom, hetgeen kadert in de zgn. ‘groene fiscaliteit’;

Overwegende dat de gemeente Maasmechelen een vermindering voorziet voor vestigingen met economische bedrijvigheid, die investeren in een installatie voor het opwekken van groene stroom door zonne- of windenergie;

Gelet op het Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid van 8 mei 2009 en de Europese Richtlijn 2009/28/EG van het Europese Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen;

Uit de praktijk is gebleken dat een vereenvoudiging van de aangifteprocedure aangewezen is ten einde het administratief werk van zowel de belastingplichtige als van de gemeentelijke financiële dienst te verminderen;

Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;

Gelet op het amendement dat goedgekeurd werd door de gemeenteraad op heden 23 november 2021 waarbij de tarieven van de totale bebouwde oppervlakte worden aangepast aangezien het om een meer evenwichtige spreiding van de belastingdruk te verkrijgen belangrijk is dat er nog meer differentiatie in de belastingtarieven wordt voorzien, en dit met name binnen de rubriek voor vestigingen met een bebouwde oppervlakte vanaf 15000 m². Door deze bijkomende differentiatie in tarieven wordt de belastingdruk nog beter gespreid, hetgeen de evenredige verdeling van de totale som van deze belasting over alle belastingplichtigen heen ten goede komt;

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

 

De gemeenteraad keurt het reglement betreffende de algemene gemeentebelasting op de bedrijven, aanslagjaar 2022 tot en met 2025, als bijlage bij dit besluit gevoegd en er integraal deel van uitmakend, goed.