Gelet op artikel 170, $4 van de Grondwet;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen;
Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het reglement betreffende belasting op leegstaande en/of verwaarloosde woningen en/of gebouwen, aanslagjaren 2020-2025;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 17 december 2019 betreffende de belasting op de tweede verblijven, aanslagjaren 2020-2025;
Overwegende dat voorgenoemd gemeenteraadsbesluit dient afgestemd te worden met het reglement betreffende belasting op leegstaande en/of verwaarloosde woningen en/of gebouwen;
Gelet op het toenemend aantal tweede verblijven op het grondgebied van de gemeente;
Overwegende dat door tweede verblijven zekere kosten ontstaan voor de gemeente, zowel op het gebied van de administratie en veiligheid als inzake infrastructuur en afvalbeheersing;
Overwegende dat de gemeente het gebruik van woningen als hoofdverblijfplaats wil bevorderen;
Overwegende dat de gemeente het residentieel wonen wil beschermen en het sociale leven wil bevorderen;
Overwegende dat er duidelijk in het reglement wordt gedefinieerd wat niet als tweede verblijf wordt beschouwd;
Overwegende dat de lasten voor de tweede verblijven gelegen op een vergund kampeerterrein minimaal zijn, aangezien de eigenaar van het terrein zelf instaat voor onderhoud van wegen, aanleg van nutsvoorzieningen, verwijderen van afval e.d.;
Aangezien het om deze reden billijk is een onderscheid te maken tussen de tweede verblijven die zich op een vergund kampeerterrein bevinden enerzijds en de tweede verblijven die buiten een kampeerterrein gelegen zijn anderzijds;
Overwegende dat de belasting op tweede verblijven de laatste jaren gebruikt wordt om te ontsnappen aan de belasting op leegstaande en/of verwaarloosde woningen en/of gebouwen.
Overwegende dat het aangewezen is om het tarief inzake tweede verblijven te verhogen om de discrepantie tussen de belasting op leegstaande en/of verwaarloosde woningen en/of gebouwen en de belasting op de tweede verblijven te verkleinen.
Gelet op de financiƫle toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;
Het belastingreglement op de tweede verblijven – aanslagjaren 2020-2025 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2022.
Er wordt voor de aanslagjaren 2022 tot en met 2025 ten voordele van de gemeente een jaarlijkse belasting gevestigd op de tweede verblijven gelegen op het grondgebied van de gemeente, ongeacht het feit of ze al dan niet in de kadastrale legger ingeschreven zijn.
Een tweede verblijf is elke private woongelegenheid die niet het hoofdverblijf vormt van de eigenaar of de huurder (en waar niemand is ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de gemeente Maasmechelen), maar die wel op elk moment door hem kan worden bewoond. Tweede verblijven zijn landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans, die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.
Worden niet beschouwd als een tweede verblijf:
Onder wooncaravans moet verstaan worden de caravans die technisch niet gemaakt zijn om voortgetrokken te worden, en waarvan het chassis en het type van wielen het voortslepen niet zouden verdragen. Met verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens worden alle andere soorten van caravans bedoeld, zoals caravans met een enkel stel wielen, de “semi-wooncaravans” met een dubbel stel wielen, de woonwagens en de caravans waarmee de kersmisreizigers rondtrekken.
Feiten of indicaties die een gebruik of aangifte als tweede verblijf uitsluiten:
Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op:
De belasting is verschuldigd:
De belasting is voor het gehele belastingjaar verschuldigd door de hierboven vermelde natuurlijke of rechtspersonen voor de tweede verblijven die op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente Maasmechelen zijn opgericht. De hoedanigheid van tweede verblijf wordt op diezelfde datum beoordeeld.
De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, vóór de erin vermelde vervaldatum moet worden teruggestuurd.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden, uiterlijk op 1 juni van het lopende aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve gevestigd.
In geval van ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.
Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt het college van burgemeester en schepenen, of het personeelslid dat door het college van burgemeester en schepenen daartoe is aangesteld, de belastingplichtige, met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.
Op de ambtshalve opname in het kohier van de belasting zal een belastingverhoging van 25%, 50% of 100% worden toegepast al naargelang het een eerste, tweede of derde (en volgende) overtreding betreft. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Door het college van burgemeester en schepenen worden personeelsleden aangesteld die bevoegd zijn om een controle of onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van de belastingverordening.
De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
Aanvraag/aanmelding tweede verblijf:
Betrokkenen dienen uiterlijk één maand na de aanwending van een tweede verblijf, de ingebruikneming of de eigendomsverwerving het gemeentebestuur spontaan op de hoogte te brengen. De administratie stelt op eenvoudig verzoek een formulier ter beschikking.
Dit formulier kan via één van de volgende kanalen worden ingediend:
Een woongelegenheid kan op elk ogenblik als tweede verblijf geschrapt worden indien er feiten of indicaties zijn die een gebruik of aangifte van tweede verblijf uitsluiten. Voor een tweede verblijf dat niet als dusdanig wordt gebruikt, zal de procedure van leegstand worden opgestart.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag (en de eventuele belastingverhoging) een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen dat handelt als administratieve overheid. Er wordt niet voorzien in het indienen van bezwaarschriften via een duurzame drager.
Het bezwaar moet schriftelijk en gemotiveerd worden ingediend, en op straffe van verval binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige, alsook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten of middelen.
Het college van burgemeester en schepenen stuurt binnen 15 kalenderdagen na verzending of indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding. Deze ontvangstmelding kan via een duurzame drager worden verstuurd.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële vergissingen zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz., zolang de gemeenterekening van het aanslagjaar waarop de belasting betrekking heeft, nog niet werd goedgekeurd.
De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Het reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.