Gelet op artikel 170, $4 van de Grondwet;
Gelet op artikel 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen van 10 april 1992;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 19 november 2019 betreffende de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting aanslagjaren 2020-2025;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;
Het belastingreglement aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting – aanslagjaren 2020-2025, goedgekeurd door de gemeenteraad van 19 november 2019, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2022.
Voor de aanslagjaren 2022 tot en met 2025 wordt een aanvullende gemeentebelasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
De belasting wordt vastgesteld op:
van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van Inkomstenbelasting 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.
Een afschrift van deze verordening wordt naar de toezichthoudende overheid gezonden.
Deze verordening zal worden afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.