Gelet op artikelen 41, 162 en 170 van de Grondwet;
Artikel 15 van de Grondwet inzake de onschendbaarheid van de woning, geen huiszoeking kan plaats hebben dan in de gevallen die de wet bepaalt en in de vorm die zij voorschrijft;
Gelet op Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen;
Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Gelet op de wet van 4 februari 2020 houdende boek 3 ‘goederen’ van het Burgerlijk Wetboek;
Gelet op de wet van 30 november 1998 tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen;
Overwegende dat de gemeente, ingevolge artikel 8 van desbetreffende wet, de kosten die zij gemaakt hebben voor het weghalen en bewaren van de goederen mogen aanrekenen aan de eigenaar of zijn rechtverkrijgenden;
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing dd. 4 december 2001 houdende het reglement betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen tot uitzetting (B.S. 01/01/1999);
Overwegende dat er zich een aanpassing van het reglement opdringt wegens gewijzigde regelgeving;
Overwegende dat het vervoeren van goederen die voortkomen van uitdrijving en de bewaring van deze goederen op een gemeentelijke opslagplaats voor de gemeente een aanzienlijke inspanning vraagt op vlak van personeels- en opslagkosten;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;
Wanneer een rechter een vonnis tot uithuiszetting uitspreekt, zal een gerechtsdeurwaarder dit uitvoeren. De procedure bestaat uit volgende stappen:
Het is een wettelijke verplichting van het gemeentebestuur om goederen die ten gevolge van een uithuiszetting op de openbare weg zijn geplaatst, op te halen en gedurende zes maanden in bewaring te nemen.
De eigenaar van de goederen heeft zes maanden de tijd om zijn of haar goederen af te halen na voorafgaandelijke betaling van de retributie.
Met ingang van 01/01/2022 wordt ten voordele van de gemeente Maasmechelen een retributie geheven op de kosten voor het vervoer en de opslag van de goederen buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen tot uitzetting.
De gemeente heeft een wettelijke verplichting om goederen die door een uitdrijving op de openbare weg geplaatst of om een andere reden achtergelaten worden buiten particulieren eigendommen, op te halen.
De gerechtsdeurwaarder die belast is met de uitdrijving dient ruimschoots en ten laatste één week voor de uitdrijvingsdatum contact op te nemen met de gemeentelijke werkplaats om een gesloten container met vrachtwagenchauffeur vast te leggen.
De retributie is verschuldigd door de eigenaar van de goederen of door zijn rechtverkrijgenden, ongeacht of hij de goederen achteraf terug ophaalt. De teruggave van de goederen aan de eigenaar of zijn rechtverkrijgenden vóór het verstrijken van de gestelde termijn van 6 maanden, is afhankelijk van de voorafgaandelijke betaling van deze retributie.
Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld als volgt:
- Ter uitvoering van vonnissen tot uithuiszetting:
- Gevonden goederen buiten particuliere eigendommen:
De gemeentelijke werkplaats bepaalt de omvang van de goederen.
De gemeente moet het gevonden of door de vinder in bewaring gegeven voorwerp in een register opnemen en redelijke pogingen ondernemen om de eigenaar terug te vinden.
De gemeente is aansprakelijk voor de bewaring.
De gemeente kan na zes maanden te goeder trouw en op een economisch verantwoorde wijze beschikken over het voorwerp (m.u.v. voorwerpen die vatbaar zijn voor bederf, die onderhevig zijn aan snelle waardevermindering of schadelijk zijn voor de openbare hygiëne, gezondheid of veiligheid en fietsen waarvoor de bewaartermijn van drie maanden geldt).
Ingeval van verkoop moet de gemeente de opbrengst ter beschikking van de eigenaar of van zijn rechtverkrijgenden houden.
Het voorwerp blijft toebehoren aan zijn oorspronkelijke eigenaar en de gemeente wordt slechts eigenaar vijf jaar na de opname in het register voor zover de oorspronkelijke eigenaar zich niet kenbaar heeft gemaakt.
De gemeente heeft een retentierecht, zolang de eigenaar de verplichting tot vergoeding van de redelijke kosten van bewaring, behoud en opsporing niet heeft nagekomen.
Voor het ophalen van de goederen dient de eigenaar een afspraak te maken en een betalingsbewijs ter controle voor te leggen. Hij dient de opslagplaats volledig leeg te maken anders worden hem de stortkosten aangerekend.
De retributie dient betaald te worden via overschrijving binnen de 30 dagen na toezending van de factuur.
De ‘onbetwiste’ en opeisbare retributie wordt bij niet-betaling ingevorderd conform artikel 177 van het Decreet Lokaal Bestuur.
De ‘betwistbare’ en opeisbare retributie wordt bij niet-betaling burgerrechtelijk ingevorderd.
Dit retributiereglement vervangt vanaf 01/01/2022 het voorgaande reglement zoals goedgekeurd door de gemeenteraad dd. 4 december 2001 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen tot uitzetting.
Het reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.