Gelet op artikelen 41, 162 en 170 van de Grondwet;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen;
Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019;
Gelet op de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en organisatie van ambulante en kermisactiviteiten, en latere wijzigingen;
Gelet op het Koninklijk Besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en organisatie van ambulante activiteiten;
Gelet op het Koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van kermisactiviteiten en ambulante activiteiten in kermisgastronomie;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 24 november 2020 betreffende het reglement betreffende de ambulante activiteiten op openbare markten en op het openbaar domein;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 15 december 2020 betreffende de belasting op het gebruik van privaat of openbaar domein voor de uitoefening van ambulante of kermisactiviteiten, aj. 2021;
Overwegende dat voorgenoemd gemeenteraadsbesluit van 15 december 2020 zonder inhoudelijke wijzigingen hernieuwd wordt voor aj. 2022 - 2025;
Gelet op het huishoudelijk reglement inzake ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein, goedgekeurd door de gemeenteraad op 4 juli 2017;
Gelet op het huishoudelijk reglement inzake kermisactiviteiten en ambulante activiteiten in kermisgastronomie op de openbare kermissen en op het openbaar domein, goedgekeurd door de gemeenteraad op 3 mei 2016;
Overwegende dat de gemeente een wekelijkse markt te Eisden – Dorp en diverse kermissen organiseert, evenals diverse andere ambulante – en kermisactiviteiten faciliteert;
Dat aan dergelijke organisatie kosten verbonden zijn welke de gemeente ten dele ten laste wil leggen van de deelnemers;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;
Voor de aanslagjaren 2022 - 2025 wordt ten voordele van de gemeente Maasmechelen een belasting geheven op het verkopen, te koop aanbieden of uitstallen met het oog op de verkoop van producten of diensten, hetzij door een handelaar buiten de vestigingen vermeld in zijn inschrijving in de kruispuntbank van ondernemingen, hetzij door een handelaar die niet over een dergelijke vestiging beschikt, op de openbare markten of het openbare of private domein.
Voor de aanslagjaren 2022 - 2025 wordt eveneens ten voordele van de gemeente Maasmechelen een belasting geheven op elke verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van diensten aan de consument in het kader van de uitbating van kermisattracties of van vestigingen van kermisgastronomie, opgesteld op de openbare kermissen of op het openbaar domein, buiten de openbare kermissen.
Vallen niet onder de toepassing van dit belastingreglement, de ambulante activiteiten die niet aan het toepassingsgebied van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten, gewijzigd bij wet van 4 juli 2005 en de wet van 20 juli 2006 onderworpen zijn en die als dusdanig zijn opgenomen in hoofdstuk III, artikel 6 t.e.m.12 van het Koninklijk Besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten.
De belasting is verschuldigd door de aanvrager aan wie een toelating of voorafgaande machtiging wordt verleend voor de uitoefening van de ambulante en/of kermisactiviteiten.
De belasting wordt vastgesteld als volgt:
§ 1 Voor zij die een activiteit uitoefenen welke beantwoordt aan de in artikel 1, 1ste lid omschreven definitie op de openbare markten, zijnde de marktkramers:
A. BELASTING PER DAG:
Een vast standrecht van € 1,00 per standplaats vermeerderd met een recht van € 1,00 per lopende meter ingenomen standplaats, ongeacht de aard van de verkochte producten of aangeboden diensten.
In deze tarieven zit tevens een bijdrage in de kosten voor het opruimen en vegen van het marktplein (Vrijthof) en aangrenzende straten, het afvoeren van het verzamelde afval. Deze tarieven dienen desgevallend aan de reële kostprijs voor het opruimen en vegen, alsook voor het afvoeren van het afval te worden aangepast.
B. ABONNEMENTEN:
Marktkramers aan wie een abonnement werd toegekend moeten hun standgelden per semester betalen, waarbij volgende tarieven worden toegepast:
Een vast recht van € 19,00 vermeerderd met een recht van € 19,00 per lopende meter ingenomen standplaats, ongeacht de aard van de verkochte producten of aangeboden diensten.
In deze tarieven zit tevens een bijdrage in de kosten voor het opruimen en vegen van het marktplein (Vrijthof) en aangrenzende straten, het afvoeren van het verzamelde afval. Deze tarieven dienen desgevallend aan de reële kostprijs voor het opruimen en vegen, alsook voor het afvoeren van het afval te worden aangepast.
De marktkramers die gebruik maken van de aansluiting op het elektriciteitsnet zijn verplicht om samen met bovenvermelde tarieven een bijkomend recht te betalen per semester als volgt:
- voor een zekering van 6 ampère: € 30,00
- voor een zekering van 10 ampère: € 50,00
- voor een zekering van 16 ampère of drijfkracht: € 77,50
§ 2 Voor zij die een activiteit uitoefenen welke beantwoordt aan de in artikel 1,1ste lid omschreven definitie op het openbaar of privaat domein, op een vaste standplaats:
A. BELASTING PER DAG
Een bedrag van € 0,50 per m² per vaste standplaats, met een minimum van € 10, ongeacht de aard van de verkochte producten of aangeboden diensten, iedere begonnen dag geldend als volledige dag.
Ambulante handelaars doen opgave van het aantal dagen tijdens dewelke zij hun activiteit wensen uit te oefenen gedurende een periode van 6 maanden, waarna deze dagen in rekening worden gebracht volgens de hierboven vermelde formule, ongeacht of de ambulante activiteit ook effectief wordt uitgeoefend.
B. ABONNEMENTEN:
Ambulante handelaars aan wie een abonnement werd toegekend moeten hun standgelden per semester betalen, als volgt te berekenen:
Het verschuldigde tarief voor een halfjaarlijkse periode wordt als volgt vastgesteld: het bedrag dat per dag verschuldigd zou zijn, berekend op de wijze vermeld in artikel 4 §2.A. – “Belasting per dag” vermenigvuldigt met het aantal dagen waarop de activiteit kan of mag uitgeoefend worden, zoals vermeld in de voorafgaande machtiging, ongeacht of dit ook effectief gebeurt, binnen de halfjaarlijkse periode waarop de berekening betrekking heeft, iedere begonnen dag geldend als volledige dag.
§ 3 Voor zij die een activiteit uitoefenen welke beantwoordt aan de in artikel 1, 1ste lid omschreven definitie op het openbaar domein, doch op een rondtrekkende wijze:
Voor een periode van 12 maanden: € 250,00 ongeacht de aanvangsmaand per voertuig, ongeacht de aard van het voertuig en ongeacht de aard van de verkochte producten of aangeboden diensten.
§ 4 Voor zij die een activiteit uitoefenen welke beantwoordt aan de in artikel 1, 2de lid omschreven definitie, op één van de volgende hierna vernoemde openbare kermissen, hetzij op het openbaar domein, buiten de openbare kermissen, ongeacht of de standplaats werd toegekend per abonnement:
Een bedrag van € 0,75 per m² per standplaats voor kermisattracties of een vaste som van 25,00 euro voor vestigingen van kermisgastronomie, telkens voor de duur van de vernoemde openbare kermis.
§5 Voor zij die een activiteit uitoefenen welke beantwoordt aan de in artikel 1, 2de lid omschreven definitie op het openbaar domein, buiten de openbare kermissen, ongeacht of de standplaats werd toegekend per abonnement:
Een bedrag van € 0,50 per m² voor kermisattracties, iedere begonnen dag geldend als volledige dag.
§1 Alle belastingplichtigen, met uitzondering van zij die betaling verschuldigd zijn op basis van artikel 4, §1, A. dienen het standplaatsrecht op voorhand in de gemeentekas te storten.
§2 De standgelden van de belastingplichtigen welke betaling verschuldigd zijn op basis van artikel 4 §1, A. is eisbaar op het ogenblik dat de standplaatsen worden ingenomen. De betaling van het standgeld gebeurt voorafgaandelijk aan de markt tijdens weekdagen bij de financiële dienst van het gemeentebestuur Maasmechelen. De losse deelnemers ontvangen een betalingsbon welke aan de marktleider dient overhandigd te worden.
De oppervlakte van de inrichting wordt berekend op de meest uitspringende gedeelten, hetzij boven aan de kop, hetzij aan de voet. Alle in gebruik genomen oppervlakte, dienstig voor de uitoefening van de in artikel 1 bedoelde activiteiten dient in de berekening van de oppervlakte mee opgenomen te worden. In geval van geschil over de meting zal het college van burgemeester en schepenen uitspraak doen.
Alle aanvragen voor het bekomen van standplaatsen dienen voorafgaandelijk en schriftelijk ingediend te worden, dit conform de bepalingen van de toepasselijke wetgeving en gemeentelijke reglementen.
Het plaatsrecht of standgeld moet betaald worden op het eerste verzoek van de financieel directeur of de daartoe aangestelde beambte tegen aflevering van een bewijs. Dit bewijs moet op het eerste verzoek van de toezichters getoond worden. In geval van geschil of onenigheid over de uitvoering van de abonnementen of het bedrag van de rechten, zullen de betrokkenen het bedrag van de verschuldigde som aan de ontvangers in bewaring geven. Het schepencollege of hun afgevaardigde zal uitspraak doen over de betwisting.
De standplaatsen worden slechts toegekend op voorwaarde dat de vergunninghouder zich gedraagt naar de bestaande reglementen en wetten en naar de voorschriften van de politie en aangestelde beambten. De gemeente verwerpt elke verantwoordelijkheid tegenover de ambulante handelaar of derden, voor wat betreft de door hem uitgestalde voorwerpen, kramen, voertuigen enz. om het even waar zij zich bevinden.
De ambulante handelaar draagt zelf de volledige verantwoordelijkheid ook tegenover derden of tegenover het bestuur, voor de handelingen en beschadigingen om het even van welke aard, voortvloeiend uit het gebruik van zijn vergunning, uit het gewone feit zich ter plaatse te bevinden of uit welke oorzaak ook.
Wanneer de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.
De kohierbelasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Bij niet-betaling geschiedt de invordering der belastingen overeenkomstig de bepalingen van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie-en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Op grond van het Decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen dat handelt als administratieve overheid. Er wordt niet voorzien in het indienen van bezwaarschriften via een duurzame drager.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het Decreet dat het bezwaar schriftelijk en gemotiveerd moet worden ingediend, en op straffe van verval binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige, alsook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten of middelen.
Het college van burgemeester en schepenen stuurt binnen 15 kalenderdagen na verzending of indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding. Deze ontvangstmelding kan via een duurzame drager worden verstuurd.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële vergissingen zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz., zolang de gemeenterekening van het aanslagjaar waarop de belasting betrekking heeft, nog niet werd goedgekeurd.
De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Het reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.