Gelet op de Grondwet (art. 41, 162 en 170 §4) betreffende de gemeentelijke fiscale autonomie;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones;
Gelet op de wet van 22 december 2009 betreffende een algemene regeling voor rookvrije gesloten plaatsen toegankelijk voor het publiek en ter bescherming van werknemers tegen tabaksrook;
Gelet op het KB van 28 januari 2010 betreffende de vaststelling van de voorwaarden van het rookverbodsteken en van de installatie van een ventilatiesysteem;
Gelet op het KB van 13 augustus 1990 betreffende het fabriceren en het in de handel brengen van producten op basis van tabak en soortgelijke producten;
Overwegende dat de gemeente Maasmechelen de laatste jaren een enorme aangroei kende van zgn. shishabars waar vaak wordt gerookt door middel van waterpijpen;
Dat het gebruik van dergelijke waterpijpen is geregeld in voornoemde regelgeving;
Overwegende dat deze shishabars een zeer grote aantrekkingskracht kennen wat zorgt voor een instroom van bezoekers in de gemeente;
Dat het succes van deze shishabars echter gepaard gaat met allerlei vormen van overlast, gaande van nachtlawaai, geluidsoverlast, wildparkeren, parkeerproblemen tot zelfs vechtpartijen…wat blijkt uit de veelvuldige tussenkomsten van de lokale politie;
Overwegende dat de tussenkomsten van de lokale politie in het horecagebeuren in Maasmechelen voor een zeer aanzienlijk deel bestaat uit interventies die kunnen gelieerd worden aan deze shishabars;
Overwegende dat de uitbating van shishabars een economische activiteit is welke voor de exploitanten redelijkerwijze inkomsten genereren wat verantwoordt dat ook zij bijdragen aan de bijkomende kosten welke de uitbating van shishabars veroorzaken;
Dat het derhalve redelijk en billijk is om hen een belasting te laten betalen;
Gelet op het Ministerieel Besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken én gewijzigd bij Ministerieel Besluit van 24 juli 2020 , waarbij artikel 5bis als volgt wordt aangevuld: “het individueel en collectief gebruik van waterpijpen is verboden in voor het publiek toegankelijke plaatsen”;
Gelet op het Ministerieel Besluit van 23 maart 2020 én 18 maart 2020 (m.b.t. het differentiëren van vrijstellingen en belastingverminderingen) houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, en latere wijzigingen;
Gelet op het CBS-besluit van 17 april 2020 houdende gemeentelijke steunmaatregelen t.b.v. ondernemingen en verenigingen ingevolge de corona-crisis waarin aan de financiële dienst gevraagd wordt om de nodige stappen hiervoor te zetten;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 26 februari 2019 betreffende de belasting op shishabars aj. 2019-2025 en de gecoördineerde versie van 30 juni 2020;
Overwegende dat de federale regering in maart 2020 een eerste lockdown heeft ingeroepen waardoor het openbaar leven tijdens deze periode aanzienlijk werd ingeperkt en niet-essentiële verplaatsingen niet toegelaten werden;
Overwegende dat shishabars mochten heropenen vanaf 8 juni 2020;
Overwegende dat hun activiteiten m.b.t. het gebruik van waterpijpen vanaf 25 juli 2020 bij Ministerieel Besluit terug werd verboden;
Overwegende dat de federale regering in november een tweede lockdown heeft ingeroepen;
Gelet op het feit dat deze sector gezien het opgelegde verbod extra zwaar is getroffen;
Overwegende dat de federale en de Vlaamse regering verschillende steunmaatregelen hebben uitgewerkt om ondernemers, bedrijven en handelaars te ondersteunen en door deze moeilijke periode te helpen;
Overwegende dat sedert de afkondiging van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken een grote impact heeft op de lokale ondernemers;
Overwegende dat de Vlaamse Regering de lokale besturen oproept om erover te waken dat de getroffen belastingplichtigen op hun grondgebied minder belastingen moeten betalen op activiteiten waarop ze door de crisis financieel al zwaar inleveren;
Overwegende dat de gemeente Maasmechelen de belastingplichtigen op hun grondgebied die getroffen zijn door de lockdown, de periode van deze lockdown wenst te helpen overbruggen;
Overwegende dat de verrekening van deze gemeentelijke steunmaatregelen automatisch zal gebeuren via de betrokken diensten;
Overwegende dat de gemeente Maasmechelen voorziet in een regeling van verspreiding of uitstel van betaling van belastingen op eenvoudige aanvraag van de belastingplichtige;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Er wordt met ingang vanaf heden en voor een termijn eindigend op 31 december 2025 ten behoeve van de gemeente Maasmechelen een openingsbelasting en een jaarlijkse belasting gevestigd op shishabars.
Shishabar: publiek toegankelijke inrichting onder meer bestemd om waterpijp te roken, ook al is dit sporadisch.
Waterpijp: een apparaat om te roken via een vloeistofreservoir.
De belasting is verschuldigd door de uitbater van de shishabar.
De openingsbelasting is een éénmalige belasting en verschuldigd bij elke opening van een nieuwe handelsactiviteit van een shishabar. Elke wijziging van uitbating wordt gelijkgesteld met een nieuwe handelsactiviteit.
De openingsbelasting bedraagt voor het aanslagjaar 2019 € 6 000,00.
De jaarlijkse belasting is verschuldigd per shishabar voor het ganse jaar. Voor elke belastingplichtige geldt dat bij stopzetting van de activiteiten in de loop van het aanslagjaar dit geen aanleiding geeft tot enige belastingvermindering.
De jaarlijkse belasting bedraagt voor het aanslagjaar 2019 € 1 500,00.
Deze jaarlijkse belasting is eveneens verschuldigd vanaf het aanslagjaar waarin de openingsbelasting verschuldigd is.
Het verschuldigde bedrag wordt voor aanslagjaar 2020 verminderd met 3/12 zoals voorzien in het belastingreglement op shishabars - gecoördineerde versie van 30 juni 2020.
Het verschuldigd bedrag wordt voor aanslagjaar 2020 bijkomend verminderd met 5/12, gezien het opgelegd verbod sinds 25 juli 2020.
De totale vermindering voor aanslagjaar 2020 bedraagt 8/12.
De bedragen, vermeld in dit reglement, zijn gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemmen overeen met de index van november 2018 (= 108,48, basisjaar 2013 = 100). Ze worden jaarlijks op 1 januari van elk jaar, aangepast aan de consumptieprijsindex van de maand november die aan de aanpassing voorafgaat volgens de formule:
Basistarief x nieuwe index
Geïndexeerd tarief = -------------------------------------
Basisindex
Basistarief = tarief belasting zoals vastgesteld in onderhavig reglement
Nieuwe index = de index van de maand november van het voorgaande jaar
Basisindex = de index van de maand november 2018 (= 108,48, basisjaar 2013=100)
De eerste aanpassing zal geschieden op 1 januari 2020.
De bedragen na indexering zullen worden afgerond naar de hogere 10 cent
De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, vóór de erin vermelde datum moet worden teruggestuurd aan het gemeentebestuur Maasmechelen – Heirstraat 239 – 3630 Maasmechelen. Om de aangifteplicht voor de belastingplichtige te vereenvoudigen dient de belastingplichtige de aangifte niet terug te zenden aan het gemeentebestuur indien zich geen wijzigingen voordoen aan de belastbare grondslag en dit vanaf het tweede aanslagjaar waarvoor de belasting zal worden gevestigd. Indien de belastingplichtige gebruik maakt van deze vereenvoudigde aangifte, zal de belasting berekend worden op basis van de laatst ingediende aangifte. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is ertoe gehouden, uiterlijk op 1 oktober van het aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
§1. - Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, behalve ingeval van de vereenvoudigde aangifte overeenkomstig artikel 6, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd op basis van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.
In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.
Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt het college van burgemeester en schepenen, of het personeelslid dat door het college van burgemeester en schepenen daartoe is aangesteld, de belastingplichtige, met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De belasting mag niet worden gevestigd voor die termijn verstreken is, behoudens als de rechten van de gemeentelijke thesaurie in gevaar verkeren ingevolge een andere oorzaak dan het verstrijken van de aanslagtermijnen.
De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar. Die termijn van drie jaar wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.
§2. - De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 10%. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Door het college van burgemeester en schepenen worden personeelsleden aangesteld die bevoegd zijn om een controle of onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van de belastingverordening.
De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.
De financieel directeur zorgt onverwijld voor de verzending van de aanslagbiljetten, zonder kosten voor de belastingschuldige.
Het aanslagbiljet bevat naast de gegevens vermeld in het kohier ook de verzendingsdatum van het aanslagbiljet, de uiterste betalingsdatum, de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet. Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten
De belasting wordt ingekohierd op naam van diegene die volgens artikel 3 van deze belastingverordening belastingplichtig is.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag of tegen de belastingverhoging, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen dat handelt als administratieve overheid.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat door het college van burgemeester en schepenen speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel directeur. De ontvangstmelding kan via een duurzame drager worden gestuurd.
Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in het bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op de hoorzitting. In voorkomend geval zal het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat door het college van burgemeester en schepenen speciaal daarvoor is aangewezen, minstens vijftien kalenderdagen op voorhand aan de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger de datum van de hoorzitting meedelen waarop het bezwaarschrift zal behandeld worden, evenals de dagen en uren waarop het dossier geraadpleegd zal kunnen worden.
De aanwezigheid op de hoorzitting moet door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger aan het college van burgemeester en schepenen of aan het personeelslid dat door het college van burgemeester en schepenen speciaal daarvoor is aangewezen, schriftelijk ten minste zeven kalenderdagen voor de dag van de hoorzitting worden bevestigd.
De belastingschuldigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het aanslagjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Van dit belastingreglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het Decreet Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.