Terug
Gepubliceerd op 17/12/2020

2020_GR_00217 - Belastingen - Belastingreglement op de bank- en financieringsinstellingen – aanslagjaar 2021 - Goedkeuring

Gemeenteraad
di 15/12/2020 - 20:00 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Georges Lenssen, Raf Terwingen, Herbert Coox, Tanja Imbornone, Mustafa Uzun, Marleen Kortleven, Stefan Thorez, Romain Hamers, Johan Wolk, Rik Aussems, Corrie Bemelmans, Kim Claessens, Gerard Colson, Christel De Cuyper, Alice Deckers, Daan Deckers, Jan Delille, Eren Dokmeci, Alyssa Gallo, Ingrid Gutschoven, Eef Hermans, Serdar Karali, Zehra Kolkiran, Jos Lambrichts, Elvire Martens, Mike Maussen, Inge Opsteijn, Mario Quagliara, Mieke Ramaekers, Bernd Smeets, Erik Ver Berne, Alex Vossen, Ronny Westhovens, Sabine Bervaes

Secretaris

Sabine Bervaes

Stemming op het agendapunt

2020_GR_00217 - Belastingen - Belastingreglement op de bank- en financieringsinstellingen – aanslagjaar 2021 - Goedkeuring
Goedgekeurd

Aanwezig

Georges Lenssen, Raf Terwingen, Herbert Coox, Tanja Imbornone, Mustafa Uzun, Marleen Kortleven, Stefan Thorez, Romain Hamers, Johan Wolk, Rik Aussems, Corrie Bemelmans, Kim Claessens, Gerard Colson, Christel De Cuyper, Alice Deckers, Daan Deckers, Jan Delille, Eren Dokmeci, Alyssa Gallo, Ingrid Gutschoven, Eef Hermans, Serdar Karali, Zehra Kolkiran, Jos Lambrichts, Elvire Martens, Mike Maussen, Inge Opsteijn, Mario Quagliara, Mieke Ramaekers, Bernd Smeets, Erik Ver Berne, Alex Vossen, Ronny Westhovens, Sabine Bervaes
Stemmen voor 25
Mustafa Uzun, Mieke Ramaekers, Tanja Imbornone, Johan Wolk, Marleen Kortleven, Herbert Coox, Ronny Westhovens, Daan Deckers, Rik Aussems, Elvire Martens, Alyssa Gallo, Eef Hermans, Inge Opsteijn, Ingrid Gutschoven, Eren Dokmeci, Kim Claessens, Mario Quagliara, Raf Terwingen, Georges Lenssen, Erik Ver Berne, Corrie Bemelmans, Gerard Colson, Jan Delille, Romain Hamers, Stefan Thorez
Stemmen tegen 0
Onthoudingen 8
Bernd Smeets, Alice Deckers, Alex Vossen, Christel De Cuyper, Jos Lambrichts, Serdar Karali, Zehra Kolkiran, Mike Maussen
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2020_GR_00217 - Belastingen - Belastingreglement op de bank- en financieringsinstellingen – aanslagjaar 2021 - Goedkeuring 2020_GR_00217 - Belastingen - Belastingreglement op de bank- en financieringsinstellingen – aanslagjaar 2021 - Goedkeuring

Motivering

Argumentatie

Gelet op artikel 170, §4 van de Grondwet;

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;

Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 19 november 2019 betreffende de belasting op bank- en financieringsinstellingen aj. 2020 en de gecoördineerde versie van 30 juni 2020;

Overwegende dat voorgenoemd gemeenteraadsbesluit van 19 november 2019 zonder inhoudelijke wijzigingen hernieuwd wordt voor aj. 2021;

Overwegende dat de aanwezigheid van bank- en financieringsinstellingen op het grondgebied van Maasmechelen aanleiding geeft tot verhoogde veiligheidsrisico’s, wat leidt tot bijkomende inspanningen van de politiediensten en gemeentelijke diensten, met de daaruit voor de gemeente voorvloeiende kosten;

Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget  in evenwicht te houden;

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Er wordt voor het aanslagjaar 2021 ten voordele van de gemeente een belasting gevestigd op de bank- en financieringsinstellingen. 

Wordt voor de toepassing van deze belasting als dusdanig aangezien, elke bank-, financierings- of kredietinstelling, spaarbank of wisselkantoor en alle andere inrichtingen die zich met dergelijke bank- of financieringsactiviteiten inlaten, hun agentschappen, bijkantoren, de eenmanszaken, de geldautomaten en de elektronische self-banking automaten, die gevestigd of geïnstalleerd zijn op het grondgebied van de gemeente en voor het publiek toegankelijk zijn.

Met eenmanszaak wordt bedoeld: de inrichting die spaar-, leen-, wissel- en/of hypotheekverrichtingen aanbiedt en door één persoon in hoofd- of nevenberoep wordt geëxploiteerd onder eigen naam en/of als waarnemer van een agentschap of bijkantoor van een bank- of financieringsinstelling.

Met nevenberoep wordt bedoeld: het aanbieden van voornoemde diensten door een loon- of weddetrekkende onderworpen aan het stelsel van de sociale zekerheid; in het andere geval wordt dergelijke dienstverlening als de uitoefening van een hoofdberoep beschouwd.

Onder geldautomaten wordt verstaan: de toestellen die volautomatisch werken en de cliënteel in de mogelijkheid stellen geldopnemingen en/of spaar- of betaalverrichtingen te doen.

Onder elektronische self-banking automaten wordt verstaan: de toestellen die volautomatisch werken en de cliënteel in de mogelijkheid stellen rekeninguittreksels op te vragen en af te drukken.

Een inrichting wordt door deze belasting als publiek toegankelijk beschouwd wanneer de cliënteel er terecht kan voor bank- en/of financieringsverrichtingen, ongeacht of het grootste deel van bedoelde verrichtingen al dan niet ter plaatse wordt afgehandeld.

Artikel 2

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens handelsnaam, logo of embleem, de hoger vermelde instellingen, agentschappen of bijkantoren, eenmanszaken en automaten bestemd voor bankverrichtingen worden geëxploiteerd.

Artikel 3

De belasting wordt voor het aanslagjaar 2021 vastgesteld als volgt:

  • 202,10 euro per personeelslid met een maximum van 1.347,10 euro per instelling;
  • 202,10 euro per geldautomaat en per elektronische self-banking automaat;
  • 202,10 euro voor de éénmanszaak in hoofdberoep. 
  • 80,90 euro voor de éénmanszaak die voor de exploitant enkel een nevenberoep uitmaakt;

Het hierboven bedoelde personeelsbestand omvat eveneens de persoon of personen  verantwoordelijk voor de exploitatie.

Artikel 4

De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd op basis van de toestand op 1 januari van het aanslagjaar. 

Artikel 5

De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend, vóór de erin vermelde vervaldatum moet worden teruggestuurd.

De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden, uiterlijk op 30 april van het lopende aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen. 

Artikel 6

Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 5 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden belast conform artikel 7 van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

In geval van ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.

Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.

Artikel 7

Op de ambtshalve ingekohierde belasting zal een belastingverhoging van 25%, 50% of 100% worden toegepast al naargelang het een eerste, tweede of derde (en volgende) overtreding betreft. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd. 

Voor de vaststelling van het toe te passen percentage van de belastingverhoging worden de vorige overtredingen niet in aanmerking genomen, wanneer geen overtredingen werden vastgesteld voor de laatste twee opeenvolgende aanslagjaren die het aanslagjaar voorafgaan waarin de nieuwe overtreding wordt vastgesteld. Een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren herstelt aldus de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige.

Artikel 8

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.

Artikel 9

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 10

Op grond van het Decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen dat handelt als administratieve overheid. Er wordt niet voorzien in het indienen van bezwaarschriften via een duurzame drager.

Behoudens latere wijzigingen bepaalt het Decreet dat het bezwaar schriftelijk en gemotiveerd moet worden ingediend, en op straffe van verval binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige, alsook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten of middelen. 

Het college van burgemeester en schepenen stuurt binnen 15 kalenderdagen na verzending of indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding. Deze ontvangstmelding kan via een duurzame drager worden verstuurd. 

Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.

De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële vergissingen zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz., zolang de gemeenterekening van het aanslagjaar waarop de belasting betrekking heeft, nog niet werd goedgekeurd. 

Artikel 11

De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Artikel 12

Het reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.