Terug
Gepubliceerd op 17/12/2020

2020_GR_00216 - Belastingen - Belastingreglement op de drijfkracht der motoren, aanslagjaar 2021 - Goedkeuring

Gemeenteraad
di 15/12/2020 - 20:00 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Georges Lenssen, Raf Terwingen, Herbert Coox, Tanja Imbornone, Mustafa Uzun, Marleen Kortleven, Stefan Thorez, Romain Hamers, Johan Wolk, Rik Aussems, Corrie Bemelmans, Kim Claessens, Gerard Colson, Christel De Cuyper, Alice Deckers, Daan Deckers, Jan Delille, Eren Dokmeci, Alyssa Gallo, Ingrid Gutschoven, Eef Hermans, Serdar Karali, Zehra Kolkiran, Jos Lambrichts, Elvire Martens, Mike Maussen, Inge Opsteijn, Mario Quagliara, Mieke Ramaekers, Bernd Smeets, Erik Ver Berne, Alex Vossen, Ronny Westhovens, Sabine Bervaes

Secretaris

Sabine Bervaes

Stemming op het agendapunt

2020_GR_00216 - Belastingen - Belastingreglement op de drijfkracht der motoren, aanslagjaar 2021 - Goedkeuring
Goedgekeurd

Aanwezig

Georges Lenssen, Raf Terwingen, Herbert Coox, Tanja Imbornone, Mustafa Uzun, Marleen Kortleven, Stefan Thorez, Romain Hamers, Johan Wolk, Rik Aussems, Corrie Bemelmans, Kim Claessens, Gerard Colson, Christel De Cuyper, Alice Deckers, Daan Deckers, Jan Delille, Eren Dokmeci, Alyssa Gallo, Ingrid Gutschoven, Eef Hermans, Serdar Karali, Zehra Kolkiran, Jos Lambrichts, Elvire Martens, Mike Maussen, Inge Opsteijn, Mario Quagliara, Mieke Ramaekers, Bernd Smeets, Erik Ver Berne, Alex Vossen, Ronny Westhovens, Sabine Bervaes
Stemmen voor 22
Mustafa Uzun, Mieke Ramaekers, Tanja Imbornone, Johan Wolk, Marleen Kortleven, Herbert Coox, Ronny Westhovens, Alyssa Gallo, Eef Hermans, Inge Opsteijn, Ingrid Gutschoven, Eren Dokmeci, Kim Claessens, Mario Quagliara, Raf Terwingen, Georges Lenssen, Erik Ver Berne, Corrie Bemelmans, Gerard Colson, Jan Delille, Romain Hamers, Stefan Thorez
Stemmen tegen 0
Onthoudingen 11
Bernd Smeets, Alice Deckers, Daan Deckers, Rik Aussems, Elvire Martens, Alex Vossen, Christel De Cuyper, Jos Lambrichts, Serdar Karali, Zehra Kolkiran, Mike Maussen
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2020_GR_00216 - Belastingen - Belastingreglement op de drijfkracht der motoren, aanslagjaar 2021 - Goedkeuring 2020_GR_00216 - Belastingen - Belastingreglement op de drijfkracht der motoren, aanslagjaar 2021 - Goedkeuring

Motivering

Argumentatie

Gelet op artikel 170, §4 van de Grondwet;

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;

Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 19 november 2019 betreffende de belasting op de drijfkracht der motoren aj. 2020 en de gecoördineerde versie van 30 juni 2020;

Overwegende dat voorgenoemd gemeenteraadsbesluit van 19 november 2019 zonder inhoudelijke wijzigingen hernieuwd wordt voor aj. 2021;

Overwegende dat de gemeente de ontwikkeling van de handel wil stimuleren, in het bijzonder voor wat betreft de straat “Pauwengraaf”;

Overwegende dat de gemeente ruimtelijk beslist heeft dat in deze straat de gelijkvloerse verdieping verplicht moet ingevuld worden met handel, horeca of kantoren;

Overwegende dat de gemeente expliciet de nadruk wil leggen op deze straat als vestigingsplaats voor commerciële ontwikkelingen;

Dat deze straat van oudsher een winkelstraat is en de gemeente deze identiteit niet enkel wil behouden maar zelfs wil versterken;

Dat het derhalve gepast voorkomt om dit standpunt te benadrukken door er een vrijstelling te voorzien voor startende ondernemingen;

Dat naast de Pauwengraaf de gemeente ervoor heeft gekozen om de Dr. Haubenlaan te versterken met horeca;

Overwegende dat deze straat al een aanzienlijk aantal horecazaken kent en de gemeente dit verder wil uitbouwen;

Dat de gemeente er zelfs de voorkeur aan geeft om de horecazaken langs de Dr. Haubenlaan te concentreren;

Dat dit kan door nieuwe horecazaken aan te moedigen zich langs deze straat te vestigen, eveneens door er te voorzien in een vrijstelling;

Overwegende dat de eerste jaren van een startende onderneming bepalend zijn voor het voortbestaan van een zaak;

Dat na een periode van drie à vijf jaar volgens studies een evaluatie kan gemaakt worden omtrent het al dan niet succesvol zijn van de betrokken onderneming;

Dat de gemeente deze periode wenst te helpen overbruggen;

Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget  in evenwicht te houden;

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Er wordt voor het aanslagjaar 2021 ten laste van de nijverheids-, handels- en landbouwondernemingen een jaarlijkse belasting van 25,00 euro per kilowatt geheven op de motoren, ongeacht de brandstof of de energie die deze motoren in beweging brengt.   De belasting is verschuldigd voor de motoren die door de belastingplichtige gebruikt worden voor de uitbating van de zetel of een exploitatie-eenheid van de onderneming.   Dient als exploitatie-eenheid beschouwd, iedere inrichting of werf van om het even welke aard, die gedurende een ononderbroken periode van tenminste drie maanden op het grondgebied van de gemeente is gevestigd.

De belasting is echter niet verschuldigd aan de gemeente waar de zetel van de onderneming gevestigd is, voor de motoren, gebruikt in een exploitatie-eenheid in de mate waarin die motoren kunnen belast worden door de gemeente waar de exploitatie-eenheid gevestigd is.

Wanneer hetzij de zetel, hetzij een exploitatie-eenheid geregeld en op duurzame wijze een verplaatsbare motor gebruikt voor de verbinding met een of meer exploitatie-eenheden of met een verkeersweg, is daarvoor de belasting enkel verschuldigd indien hetzij de zetel, hetzij de voornaamste exploitatie-eenheid gevestigd is in de gemeente.  De door een tijdelijke vennootschap verschuldigde belasting wordt ten laste van deze ingevorderd of ten laste van de natuurlijke of rechtspersonen, die er deel van uitmaakten.  Na de ontbinding van de tijdelijke vennootschap zijn de natuurlijke of rechtspersonen, die er deel van uitmaakten, hoofdelijk mede de nog in te vorderen belasting verschuldigd. 

Artikel 2

Er wordt een vrijstelling gedurende 3 aanslagjaren voorzien voor ondernemers die cumulatief aan volgende voorwaarden voldoen:

  • een horecazaak starten grenzende aan de Dr. Haubenlaan;
  • hetzij in een op te richten onroerend goed, hetzij in een onroerend goed waarvoor daartoe een functiewijziging "horeca" vereist is, hetzij door in een onroerend goed met functie "horeca" een nieuwe vestigingseenheid in de zin van de bepalingen van de kruispuntbank van ondernemingen onder te brengen;
  • hiervoor beschikken over een horecavergunning zoals omschreven in het gemeentelijke reglement betreffende de horecazaken en horecavergunningen.

Er wordt tevens een vrijstelling gedurende 3 aanslagjaren voorzien voor ondernemers die cumulatief aan volgende voorwaarden voldoen:

  • een nieuwe vestigingseenheid in de zin van de bepalingen van de kruispuntbank van ondernemingen onderbrengen in een onroerend goed grenzende aan de Pauwengraaf;
  • het moet een vestigingseenheid betreffen die een handelsruimte grenzende aan het openbaar domein vereist voor de uitoefening van haar activiteiten.

Artikel 3

De belasting wordt gevestigd op grond van de belastbare motoren geplaatst of gebruikt tijdens het jaar dat onmiddellijk voorafging aan het jaar waarop de belasting slaat.

Bij stopzetting van bedrijf in de loop van het jaar wordt er een bijzondere bijkomende aanslag gevestigd, berekend op basis van de belastbare motoren geplaatst en gebruikt tijdens het jaar of jaargedeelte waarin de bedrijfsstopzetting plaats heeft.  De belastingplichtigen die onder toepassing vallen van deze bepaling zijn verplicht uiterlijk acht dagen na de stopzetting van het bedrijf hiervan aangifte te doen bij het college van burgemeester en schepenen.

De grondslagen van de belasting zijn de volgende:

a) Beschikt de onderneming slechts over één motor, dan wordt de belasting gevestigd volgens de drijfkracht opgegeven in het besluit waarbij vergunning tot het plaatsen van de motor wordt verleend of akte van die plaatsing gegeven wordt.

b) Beschikt de onderneming over verscheidene motoren, dan wordt de belastbare drijfkracht vastgesteld op grond van de som van de krachten - opgegeven in de besluiten waarbij vergunning tot het plaatsen van de motoren verleend of akte van die plaatsing gegeven wordt - vermenigvuldigd met een simultaancoëfficiënt die verandert volgens het aantal motoren.

Deze coëfficiënt, gelijk aan de eenheid van één motor, wordt tot en met dertig motoren, met 1/100 van de eenheid, per bijkomende motor verminderd en blijft daarna vast en gelijk aan 0,70 voor 31 motoren en meer.

Voor het vaststellen van de simultaancoëfficiënt wordt rekening gehouden met de toestand op 1 januari van het jaar dat onmiddellijk voorafging aan het jaar waarop de belasting slaat, of in geval van stopzetting van het bedrijf op 1 januari van het jaar waarop de stopzetting plaats heeft, of voor een nieuwe onderneming met de datum van inwerkingstelling.  De kracht van de hydraulische toestellen wordt vastgesteld in overleg tussen de belastingplichtige en het college van burgemeester en schepenen.

Bij onenigheid staat het de belastingplichtige vrij een tegenonderzoek uit te lokken.

De bepalingen van dit artikel zijn toepasselijk door de gemeente naar rata van het aantal door haar belaste motoren.

Artikel 4

Is van de belasting vrijgesteld:

a) De motor die heel het jaar stilligt.  Het tijdelijk stilleggen voor een ononderbroken periode gelijk aan of langer dan één maand, geeft aanleiding tot een belastingvermindering in verhouding tot het aantal maanden gedurende dewelke de motor heeft stilgelegen.  Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt gelijkgesteld de activiteit die beperkt is tot één dag werk op vier weken in de bedrijven die met de R.V.A. een akkoord hebben aangegaan inzake de activiteitsvermindering om een massaal ontslag van personeel te voorkomen.

De verplichte vakantieperiode wordt niet in aanmerking genomen voor het bekomen van deze gedeeltelijke vermindering.

In geval van vermindering wegens tijdelijk stilliggen, blijft voor deze motor de simultaancoëfficiënt gelden die op de onderneming van toepassing is. 

Geen belastingvermindering kan aan de belanghebbende verleend worden, tenzij op grond van ter post aangetekende of tegen ontvangstbewijs afgegeven berichten die aan het gemeentebestuur enerzijds de datum van het stilleggen en anderzijds de datum van het terug in werking stellen van de motor bekend maken.

Voor het berekenen van de belastingvermindering gaat dit stilliggen van de motor pas in na de ontvangst van het eerste bericht.

De bouwondernemingen, die een regelmatige boekhouding bijhouden, kunnen na een uitdrukkelijk verzoek, gemachtigd worden het stilliggen van de motoren te rechtvaardigen door het bijhouden van een inschrijvingsboekje waarin de begin- en einddatum van het stilliggen van elke motor en de werf waar hij normaal gebruikt wordt, ingeschreven worden.  Op het einde van het jaar vult de aannemer zijn verklaring in op basis van  de aanduidingen in dit inschrijvingsboekje.  De nauwkeurigheid van deze inschrijvingen kan op elk ogenblik nagegaan worden.

Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt gelijkgesteld de inactiviteit gedurende een periode van vier weken, gevolgd door een activiteitsperiode van één week, als het gebrek aan werk te wijten is aan economische oorzaken.

b) De motor gebruikt voor het aandrijven van een voertuig dat onder de verkeersbelasting valt of speciaal van deze belasting is vrijgesteld.

c) De motor van een draagbaar toestel.

d) De motor die een elektrische generator drijft, voor het gedeelte van zijn vermogen dat overeenstemt met wat nodig is voor het drijven van de generator.

e) De persluchtmotoren, dit zijn de motoren door perslucht aangedreven en niet de motoren die deze perslucht fabriceren.

f) De motoren die in een drukstation gebruikt worden om de compressoren aan te drijven die instaan voor het drukregime in de vervoerleidingen voor aardgas.

g) De motorkracht die uitsluitend  wordt gebruikt voor toestellen tot waterputting, wat ook de oorsprong ervan is, verluchting en verlichting.

h) De hulpmotor, d.w.z. deze waarvan de werking niet onmisbaar is voor de normale gang van de onderneming en die slechts werkt in uitzonderingsgevallen, wanneer zijn werking niet voor gevolg heeft de productie te verhogen.

i) De wisselmotor, d.w.z. die welke uitsluitend bestemd is voor hetzelfde werk als een andere die hij tijdelijk moet vervangen.

De hulp- en wisselmotoren kunnen aangewend worden om gelijktijdig met de normaal gebruikte motoren te werken en dit gedurende de tijd nodig om de voortzetting van de productie te verzekeren.

Artikel 5

De motoren, die van de belasting zijn vrijgesteld wegens stilliggen gedurende het ganse jaar evenals degene die bij de toepassing van de leden b) tot i) van artikel 4 vrijgesteld zijn, komen niet in aanmerking voor het vaststellen van de simultaancoëfficiënt van de installatie van de belastingplichtige.

Artikel 6

Aan nieuw opgerichte nijverheidsbedrijven of fabrieken wordt gedurende maximum 5 opeenvolgende jaren, teruggave of vrijstelling van de belasting verleend.  Dit laatste is enkel het geval als de volgende voorwaarden vervuld worden:

a) In de loop van het belastingjaar een bezoldigingsbedrag aan in België gedomicilieerde werknemers vereffend hebben, overeenstemmende met ten minste 2.500 werkdagen of hiermee gelijkgestelde dagen.

b) Vrijgesteld zijn van de onroerende voorheffing op de onroerende goederen, opgericht op het grondgebied van de gemeente en die werkelijk het voorwerp uitgemaakt hebben van de investeringen, zowel voor de gebouwen als voor het materieel en de outillage, onroerend van natura of door bestemming, ingeschreven in de kadastrale documenten.

c) Binnen twee maanden na het verstrijken van het belastingjaar een verzoek om ontheffing doen bij het college van burgemeester en schepenen en dit verzoek kunnen staven met bewijsstukken.

Van deze ontheffing kan niet genoten worden :

a) door bedrijven, die zich binnen het grondgebied van de gemeente verplaatsen;

b) wanneer een bedrijf opgericht wordt door wijziging, samenvoeging of splitsing juridisch of hoe dan ook, van bestaande bedrijven, op het grondgebied van de gemeente.

Artikel 7

Wanneer de fabricagemachines wegens een ongeval niet in staat zijn om meer dan 80 % van de door een belastbare motor geleverde kracht te gebruiken, zal de belastingplichtige slechts belast worden op de verbruikte kracht van de motor uitgedrukt in kilowatt, op voorwaarde dat de gedeeltelijke activiteit ten minste drie maanden geduurd heeft en dat de beschikbare kracht niet voor andere doeleinden aangewend werd.

Om van deze vermindering te genieten, moet de belastingplichtige aan het gemeentebestuur een bericht gegeven hebben, hetzij aangetekend, hetzij afgeleverd tegen ontvangstbewijs. Dat bericht bevat naast de datum van het ongeval ook die van het opnieuw aanzetten van de motor.

Voor de berekening van de belastingvermindering gaat de datum van het stilliggen van de motor slechts in vanaf de ontvangst van het eerste bericht.

De aanvrager moet bovendien op het eerste verzoek aan het gemeentebestuur alle stukken voorleggen waardoor de juistheid van zijn verklaringen kan nagegaan worden.

Wanneer een motor buiten gebruik gesteld wordt wegens ongeval, moet dat binnen acht dagen, aan het gemeentebestuur bekendgemaakt worden, op straf van verlies van het recht op belastingvermindering.

Artikel 8

Wanneer de installaties van een onderneming voorzien zijn van meetapparaten voor het maximumkwartuurvermogen, waarvan de metingen maandelijks door de leverancier van elektrische energie worden gedaan met het oog op het factureren ervan en wanneer dat bedrijf  ook belast werd op grond van wat in de artikels 1 tot 7 bepaald wordt gedurende een periode van ten minste twee jaar, dan wordt het bedrag van de belastingen van de volgende dienstjaren, op verzoek van de exploitant, vastgesteld op basis van een belastbaar vermogen, bepaald in functie van de variatie van het ene jaar tot het andere, van het rekenkundig gemiddelde van de twaalf maandelijkse maximumkwartuurvermogens.

Daartoe berekent het bestuur de verhouding tussen het vermogen, dat voor het jongste belastingjaar op grond van de inhoud van de artikels 1 tot 7 aangeslagen werd en het rekenkundig gemiddelde der twaalf maandelijkse maximumkwartuurvermogens opgenomen tijdens hetzelfde jaar; deze verhouding wordt "verhoudingsfactor" genoemd.

Vervolgens wordt het belastbaar vermogen elk jaar berekend door vermenigvuldiging van het rekenkundig gemiddelde van de twaalf maximumkwartuurvermogens van het jaar met de verhoudingsfactor.

De waarde van de verhoudingsfactor wordt niet gewijzigd zolang het rekenkundig gemiddelde van de maximumkwartuurvermogens van een jaar niet meer dan 20 % verschilt van het refertejaar, d.w.z. van het jaar dat in aanmerking werd genomen voor de berekening van de verhoudingsfactor.

Bedraagt dit verschil meer dan 20 %, dan telt het bestuur de belastbare elementen om een nieuwe verhoudingsfactor te berekenen.

Om het voordeel van de bepalingen van dit artikel te genieten, moet de exploitant voor 31 januari van het belastingjaar een schriftelijke aanvraag bij het gemeentebestuur indienen met opgave van de maandelijkse waarden van het maximumkwartuurvermogen, die in zijn installaties werden opgenomen tijdens dat jaar, voorafgaande aan het jaar wanneer hij om de toepassing van deze bepalingen verzoekt; hij moet er zich bovendien toe verbinden bij zijn jaarlijkse aangifte de opgave van de maandelijkse waarden van het maximumkwartuurvermogen van het belastingjaar te voegen en het bestuur toe te laten steeds de in zijn installatie gedane metingen van het maximumkwartuurvermogen, vermeld op de facturen voor levering van elektrische energie, te controleren.

De exploitant die deze wijze van aangifte, controle en aanslag kiest, verbindt zich door zijn keuze voor een periode van vijf jaar.

Behalve bij verzet van de exploitant of van het bestuur bij het verstrijken van die periode, wordt deze stilzwijgend verlengd voor een nieuwe periode van vijf jaar.

Artikel 9

De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend, vóór de erin vermelde vervaldatum moet worden teruggestuurd.

De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden, uiterlijk op 1 augustus van het lopende aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.

Artikel 10

Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 9 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden belast conform artikel 7 van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

In geval van ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.

Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.

Artikel 11

Op de ambtshalve ingekohierde belasting zal een belastingverhoging van 25%, 50% of 100% worden toegepast al naargelang het een eerste, tweede of derde (en volgende) overtreding betreft. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd. 

Artikel 12

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.

Artikel 13

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 14

Op grond van het Decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen dat handelt als administratieve overheid. Er wordt niet voorzien in het indienen van bezwaarschriften via een duurzame drager.

Behoudens latere wijzigingen bepaalt het Decreet dat het bezwaar schriftelijk en gemotiveerd moet worden ingediend, en op straffe van verval binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige, alsook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten of middelen. 

Het college van burgemeester en schepenen stuurt binnen 15 kalenderdagen na verzending of indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding. Deze ontvangstmelding kan via een duurzame drager worden verstuurd. 

Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.

De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële vergissingen zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz., zolang de gemeenterekening van het aanslagjaar waarop de belasting betrekking heeft, nog niet werd goedgekeurd. 

Artikel 15

De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Artikel 16

Het reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.