Gelet op artikel 170, §4 van de Grondwet;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 19 november 2019 betreffende de belasting op drankslijterijen aj. 2020 en de gecoördineerde versie van 30 juni 2020;
Overwegende dat voorgenoemd gemeenteraadsbesluit van 19 november 2019 zonder inhoudelijke wijzigingen hernieuwd wordt voor aj. 2021;
Overwegende dat het de gemeente vrij staat een jaarlijkse belasting te heffen op de slijterijen van gegiste of van geestrijke dranken;
Overwegende dat drankgelegenheden en de bezoekers ervan, de nodige overlast veroorzaken waardoor de gemeente wordt belast met een steeds zwaardere taak van toezicht, hetgeen resulteert in bijkomende kosten;
Overwegende dat de gemeente de ontwikkeling van de handel wil stimuleren, in het bijzonder voor wat betreft de straat “Pauwengraaf”;
Overwegende dat de gemeente ruimtelijk beslist heeft dat in deze straat de gelijkvloerse verdieping verplicht moet ingevuld worden met handel, horeca of kantoren;
Overwegende dat de gemeente expliciet de nadruk wil leggen op deze straat als vestigingsplaats voor commerciële ontwikkelingen;
Dat deze straat van oudsher een winkelstraat is en de gemeente deze identiteit niet enkel wil behouden maar zelfs wil versterken;
Dat het derhalve gepast voorkomt om dit standpunt te benadrukken door er een vrijstelling te voorzien voor startende ondernemingen;
Dat naast de Pauwengraaf de gemeente ervoor heeft gekozen om de Dr. Haubenlaan te versterken met horeca;
Overwegende dat deze straat al een aanzienlijk aantal horecazaken kent en de gemeente dit verder wil uitbouwen;
Dat de gemeente er zelfs de voorkeur aan geeft om de horecazaken langs de Dr. Haubenlaan te concentreren;
Dat dit kan door nieuwe horecazaken aan te moedigen zich langs deze straat te vestigen, eveneens door er te voorzien in een vrijstelling;
Overwegende dat de eerste jaren van een startende onderneming bepalend zijn voor het voortbestaan van een zaak;
Dat na een periode van drie à vijf jaar volgens studies een evaluatie kan gemaakt worden omtrent het al dan niet succesvol zijn van de betrokken onderneming;
Dat de gemeente deze periode wenst te helpen overbruggen;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;
Er wordt voor het aanslagjaar 2021 ten voordele van de gemeente een belasting gevestigd op de tapperijen en slijterijen van gegiste en/of geestrijke dranken die zich op het grondgebied van de gemeente bevinden.
Slijterij: elke inrichting waar gegiste en/of geestrijke dranken worden aangeboden, verkocht of geleverd per hoeveelheden van zes liter of minder voor verbruik elders.
Tapperij: elke inrichting waar ter plaatse te verbruiken gegiste en/of geestrijke dranken worden verkocht, uitgezonderd de plaatsen waar deze dranken enkel op of gedurende de maaltijden worden geschonken.
De belasting is verschuldigd door de exploitant van de inrichting. De eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
De belasting wordt als volgt vastgesteld:
1. Tapperijen van gegiste en/of geestrijke dranken in zelfstandig uitgebate drankgelegenheden:
Onder ‘totale oppervlakte van de voor het bedrijf bestemde lokalen’ wordt verstaan de volledige oppervlakte van de plaats die voor het verbruik dient, de eventuele dansvloer inbegrepen alsook de oppervlakte van en achter de toonbank of bar.
Taverne-restaurants en alle andere eetgelegenheden waar men gegiste en/of geestrijke dranken kan krijgen zonder een maaltijd te nuttigen worden belasting op het gedeelte van de drankslijterij. Deze duidelijk begrensde ruimten dienen aangeduid te worden door allerhande middelen die toelaten ze te situeren. Bij gebrek aan een duidelijke begrensde ruimten, zijn de bepalingen van toepassing op de totale oppervlakte van de inrichting.
Cafés die tevens één of meerdere zalen hebben, worden slechts voor het cafégedeelte belast.
Terrassen zijn van de belasting vrijgesteld.
2. Tapperijen van gegiste en/of geestrijke dranken in verenigingslokalen en parochie- en fanfarezalen die voor commerciële doeleinden verhuurd worden:
Voor zover vernoemde lokalen/zalen sport-, jeugd-, cultuur- en sociale doeleinden hebben, al dan niet erkend door de gemeentelijke adviesraden, en waarvan de opbrengst ten goede komt aan de activiteiten van de vereniging.
3. Slijterijen van gegiste en/of geestrijke dranken (met inbegrip van de slijterijen waar men hoofdzakelijk andere goederen of waren verkoopt dan gegiste of geestrijke dranken):
De jaarlijkse belasting wordt met de helft verminderd t.a.v. de belastingplichtige die een slijterij of tapperij in de gemeente vestigt na 30 juni of stopzet vóór 1 juli van het aanslagjaar.
Er wordt een vrijstelling gedurende 3 aanslagjaren voorzien voor ondernemers die cumulatief aan volgende voorwaarden voldoen:
Er wordt tevens een vrijstelling gedurende 3 aanslagjaren voorzien voor ondernemers die cumulatief aan volgende voorwaarden voldoen:
Wordt de tapperij of slijterij door een zetbaas of een andere aangestelde voor rekening van een derde persoon gedreven, dan komt de belasting ten laste van de opdrachtgever. De debitant moet eventueel het bewijs leveren dat hij het debiet voor rekening van een derde persoon drijft. Iedere opdrachtgever is in geval van verandering van zetbaas of aangestelde ertoe gehouden aangifte bij het college van burgemeester en schepenen te doen vooraleer de nieuwe zetbaas of aangestelde in dienst treedt.
De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend, vóór de erin vermelde vervaldatum moet worden teruggestuurd.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden, uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 8 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden belast conform artikel 7 van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
In geval van ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.
Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.
Op de ambtshalve ingekohierde belasting zal een belastingverhoging van 25%, 50% of 100% worden toegepast al naargelang het een eerste, tweede of derde (en volgende) overtreding betreft. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Voor de vaststelling van het toe te passen percentage van de belastingverhoging worden de vorige overtredingen niet in aanmerking genomen, wanneer geen overtredingen werden vastgesteld voor de laatste twee opeenvolgende aanslagjaren die het aanslagjaar voorafgaan waarin de nieuwe overtreding wordt vastgesteld. Een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren herstelt aldus de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Op grond van het Decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen dat handelt als administratieve overheid. Er wordt niet voorzien in het indienen van bezwaarschriften via een duurzame drager.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het Decreet dat het bezwaar schriftelijk en gemotiveerd moet worden ingediend, en op straffe van verval binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige, alsook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten of middelen.
Het college van burgemeester en schepenen stuurt binnen 15 kalenderdagen na verzending of indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding. Deze ontvangstmelding kan via een duurzame drager worden verstuurd.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële vergissingen zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz., zolang de gemeenterekening van het aanslagjaar waarop de belasting betrekking heeft, nog niet werd goedgekeurd.
De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Het reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.