Terug
Gepubliceerd op 22/11/2019

2019_GR_00225 - Belastingen - Belastingreglement op de bank- en financieringsinstellingen – aanslagjaar 2020 - Goedkeuring

Gemeenteraad
di 19/11/2019 - 20:00 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Georges Lenssen, Raf Terwingen, Herbert Coox, Tanja Imbornone, Mustafa Uzun, Marleen Kortleven, Stefan Thorez, Romain Hamers, Johan Wolk, Rik Aussems, Corrie Bemelmans, Kim Claessens, Gerard Colson, Christel De Cuyper, Alice Deckers, Daan Deckers, Jan Delille, Eren Dokmeci, Alyssa Gallo, Ingrid Gutschoven, Eef Hermans, Serdar Karali, Zehra Kolkiran, Jos Lambrichts, Elvire Martens, Mike Maussen, Inge Opsteijn, Mario Quagliara, Mieke Ramaekers, Bernd Smeets, Erik Ver Berne, Alex Vossen, Ronny Westhovens, Sabine Bervaes

Secretaris

Sabine Bervaes

Stemming op het agendapunt

2019_GR_00225 - Belastingen - Belastingreglement op de bank- en financieringsinstellingen – aanslagjaar 2020 - Goedkeuring
Goedgekeurd

Aanwezig

Georges Lenssen, Raf Terwingen, Herbert Coox, Tanja Imbornone, Mustafa Uzun, Marleen Kortleven, Stefan Thorez, Romain Hamers, Johan Wolk, Rik Aussems, Corrie Bemelmans, Kim Claessens, Gerard Colson, Christel De Cuyper, Alice Deckers, Daan Deckers, Jan Delille, Eren Dokmeci, Alyssa Gallo, Ingrid Gutschoven, Eef Hermans, Serdar Karali, Zehra Kolkiran, Jos Lambrichts, Elvire Martens, Mike Maussen, Inge Opsteijn, Mario Quagliara, Mieke Ramaekers, Bernd Smeets, Erik Ver Berne, Alex Vossen, Ronny Westhovens, Sabine Bervaes
Stemmen voor 24
Mustafa Uzun, Mieke Ramaekers, Tanja Imbornone, Johan Wolk, Marleen Kortleven, Alice Deckers, Herbert Coox, Ronny Westhovens, Alyssa Gallo, Eef Hermans, Inge Opsteijn, Ingrid Gutschoven, Eren Dokmeci, Kim Claessens, Mario Quagliara, Alex Vossen, Raf Terwingen, Georges Lenssen, Erik Ver Berne, Corrie Bemelmans, Gerard Colson, Jan Delille, Romain Hamers, Stefan Thorez
Stemmen tegen 0
Onthoudingen 9
Bernd Smeets, Daan Deckers, Rik Aussems, Elvire Martens, Christel De Cuyper, Jos Lambrichts, Serdar Karali, Zehra Kolkiran, Mike Maussen
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2019_GR_00225 - Belastingen - Belastingreglement op de bank- en financieringsinstellingen – aanslagjaar 2020 - Goedkeuring 2019_GR_00225 - Belastingen - Belastingreglement op de bank- en financieringsinstellingen – aanslagjaar 2020 - Goedkeuring

Motivering

Argumentatie

Gelet op artikel 170, $4 van de Grondwet;

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;

Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 17 december 2013 betreffende de belasting op de bank- en daarmee gelijkgestelde instellingen aj. 2014-2019;

Overwegende dat voorgenoemd gemeenteraadsbesluit zonder inhoudelijke wijzigingen hernieuwd wordt voor aj. 2020;

Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

Gelet op de extra kost voor de veiligheid in de buurt van bank- en financieringsinstellingen waar meer politietoezicht nodig is;

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Er wordt voor het aanslagjaar 2020 ten voordele van de gemeente een belasting gevestigd op de bank- en financieringsinstellingen.

Wordt voor de toepassing van deze belasting als dusdanig aangezien, elke bank- financierings- of kredietinstelling, spaarbank of wisselkantoor en alle andere inrichtingen die zich met dergelijke bank- of financieringsactiviteiten inlaten, hun agentschappen, bijkantoren, de eenmanszaken, de geldautomaten en de elektronische self-banking automaten, die gevestigd of geïnstalleerd zijn op het grondgebied van de gemeente en voor het publiek toegankelijk zijn.

Met eenmanszaak wordt bedoeld de inrichting die spaar-, leen-, wissel- en/of hypotheekverrichtingen aanbiedt en door één persoon in hoofd- of nevenberoep wordt geëxploiteerd onder eigen naam en/of als waarnemer van een agentschap of bijkantoor van een bank- of financieringsinstelling.

Onder nevenberoep wordt in het raam van deze verordening verstaan het aanbieden van voornoemde diensten door een loon- of weddetrekkende onderworpen aan het stelsel van de Rijksmaatschappelijke zekerheid; in het andere geval wordt dergelijke dienstverlening als de uitoefening van een hoofdberoep beschouwd.

Onder geldautomaten wordt verstaan, de toestellen die volautomatisch werken en het cliënteel in de mogelijkheid stellen geldopnemingen en/of spaar- of betaalverrichtingen te doen.

Onder elektronische self-banking automaten wordt verstaan de toestellen die volautomatisch werken en het cliënteel in de mogelijkheid stellen rekeninguittreksels op te vragen en af te drukken.

Een inrichting wordt door deze belasting als publiek toegankelijk beschouwd wanneer het cliënteel er terecht kan voor bank- en/of financieringsverrichtingen, ongeacht of het grootste deel van bedoelde verrichtingen al dan niet ter plaatse wordt afgehandeld.

Artikel 2

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens handelsnaam, logo of embleem, de hoger vermelde instellingen, agentschappen of bijkantoren, eenmanszaken en automaten bestemd voor bankverrichtingen worden geëxploiteerd.

Artikel 3

De belasting wordt voor het aanslagjaar 2020 vastgesteld als volgt:

  • 186 euro per personeelslid met een maximum van 1240 euro per instelling;
  • 186 euro per geldautomaat en per elektronische self-banking automaat;
  • 186 euro voor de éénmanszaak in hoofdberoep.
  • 75 euro voor de éénmanszaak die voor de exploitant enkel een nevenberoep uitmaakt;

 Het hierboven bedoelde personeelsbestand omvat eveneens de persoon of personen verantwoordelijk voor de exploitatie.

Artikel 4

De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd, welke ook de datum is waarop de dienstverlening aanvangt of eindigt tenzij de aanvangsdatum valt na 30 november, in welk geval voor het lopend jaar geen belasting wordt toegepast.

Bij overneming van de instelling of automaat is de overnemer eveneens belastingplichtig.

Artikel 5

De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend, vóór de erin vermelde vervaldatum moet worden teruggestuurd.

De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden, uiterlijk op 30 november van het lopende aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.

Artikel 6

Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 8 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve gevestigd. In geval van ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.

Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, brengt het college van burgemeester en schepenen, of het personeelslid dat door het college van burgemeester en schepenen daartoe is aangesteld, de belastingplichtige, met een aangetekende brief op de hoogte van de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.

Op de ambtshalve opname in het kohier van de belasting zal een belastingverhoging van 25%, 50% of 100% worden toegepast al naargelang het een eerste, tweede of derde (en volgende) overtreding betreft. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

Artikel 7

Door het college van burgemeester en schepenen worden personeelsleden aangesteld die bevoegd zijn om een controle of onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van de belastingverordening.

De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.

Artikel 8

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.

Artikel 9

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 10

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag (en de eventuele belastingverhoging) een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Er wordt niet voorzien in het indienen van bezwaarschriften via een duurzame drager.

Het bezwaarschrift moet schriftelijk en gemotiveerd worden ingediend, en op straffe van verval binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige, alsook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten of middelen.

Het college van burgemeester en schepenen stuurt binnen 15 kalenderdagen na verzending of indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding. Deze ontvangstmelding kan via een duurzame drager worden verstuurd.

Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.

De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële vergissingen zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz., zolang de gemeenterekening van het aanslagjaar waarop de belasting betrekking heeft, nog niet werd goedgekeurd.

Artikel 11

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dat Wetboek van toepassing voor zover ze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.

Artikel 12

Het reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.