Terug
Gepubliceerd op 22/11/2019

2019_GR_00213 - Begraafplaatsen - Politieverordening - Goedkeuring

Gemeenteraad
di 19/11/2019 - 20:00 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Georges Lenssen, Raf Terwingen, Herbert Coox, Tanja Imbornone, Mustafa Uzun, Marleen Kortleven, Stefan Thorez, Romain Hamers, Johan Wolk, Rik Aussems, Corrie Bemelmans, Kim Claessens, Gerard Colson, Christel De Cuyper, Alice Deckers, Daan Deckers, Jan Delille, Eren Dokmeci, Alyssa Gallo, Ingrid Gutschoven, Eef Hermans, Serdar Karali, Zehra Kolkiran, Jos Lambrichts, Elvire Martens, Mike Maussen, Inge Opsteijn, Mario Quagliara, Mieke Ramaekers, Bernd Smeets, Erik Ver Berne, Alex Vossen, Ronny Westhovens, Sabine Bervaes

Secretaris

Sabine Bervaes

Stemming op het agendapunt

2019_GR_00213 - Begraafplaatsen - Politieverordening - Goedkeuring
Goedgekeurd

Aanwezig

Georges Lenssen, Raf Terwingen, Herbert Coox, Tanja Imbornone, Mustafa Uzun, Marleen Kortleven, Stefan Thorez, Romain Hamers, Johan Wolk, Rik Aussems, Corrie Bemelmans, Kim Claessens, Gerard Colson, Christel De Cuyper, Alice Deckers, Daan Deckers, Jan Delille, Eren Dokmeci, Alyssa Gallo, Ingrid Gutschoven, Eef Hermans, Serdar Karali, Zehra Kolkiran, Jos Lambrichts, Elvire Martens, Mike Maussen, Inge Opsteijn, Mario Quagliara, Mieke Ramaekers, Bernd Smeets, Erik Ver Berne, Alex Vossen, Ronny Westhovens, Sabine Bervaes
Stemmen voor 28
Mustafa Uzun, Mieke Ramaekers, Tanja Imbornone, Johan Wolk, Marleen Kortleven, Alice Deckers, Herbert Coox, Ronny Westhovens, Alyssa Gallo, Eef Hermans, Inge Opsteijn, Ingrid Gutschoven, Eren Dokmeci, Kim Claessens, Mario Quagliara, Alex Vossen, Raf Terwingen, Georges Lenssen, Erik Ver Berne, Christel De Cuyper, Corrie Bemelmans, Gerard Colson, Jan Delille, Romain Hamers, Serdar Karali, Stefan Thorez, Zehra Kolkiran, Mike Maussen
Stemmen tegen 2
Bernd Smeets, Jos Lambrichts
Onthoudingen 3
Daan Deckers, Rik Aussems, Elvire Martens
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2019_GR_00213 - Begraafplaatsen - Politieverordening - Goedkeuring 2019_GR_00213 - Begraafplaatsen - Politieverordening - Goedkeuring

Motivering

Argumentatie

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

Gelet op de Nieuwe Gemeentewet,

Gelet op de Wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals gewijzigd;

Gelet op het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals gewijzigd;

Gelet op het besluit van 14 mei 2004 van de Vlaamse regering tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria, zoals gewijzigd;

Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2005 tot bepaling van de voorwaarden waaraan een doodskist of een ander lijkomhulsel moet beantwoorden;

Gelet op de omzendbrieven BA-2006/03, BB 2008/04 en BB 2008/05 m.b.t. begraafplaatsen en lijkbezorging;

Gelet op de beslissingen van de gemeenteraad op heden, waarbij het regime m.b.t. kindergraven werd goedgekeurd, en waarbij in de mogelijkheid wordt voorzien tot asverstrooiing in de Maas;

Gelet op de beslissingen van de gemeenteraad op heden, waarbij het huishoudelijk reglement en het retributiereglement overeenkomstig werden aangepast;

Overwegende dat ook de politieverordening op de begraafplaatsen in overeenstemming dient te worden gebracht met de beslissingen die door de gemeenteraad werden genomen;

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

I. PLEEGVORMEN DIE DE BEGRAVINGEN / CREMATIES VOORAFGAAN.

Elk overlijden in de gemeente Maasmechelen wordt zonder verwijl aangegeven aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. Dit geldt eveneens in geval van ontdekking van een menselijk lijk op het grondgebied van de gemeente Maasmechelen.

Iedereen kan tijdens zijn leven vrijwillig een schriftelijke kennisgeving van zijn laatste wilsbeschikking bezorgen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand.

Degene die voor de begraving instaan, regelen met het gemeentebestuur de formaliteiten betreffende de begraving. Bij  gebrek daaraan, wordt door het gemeentebestuur het nodige gedaan.

Artikel 2

Tenzij in speciale gevallen en op advies van de behandelende geneesheer, vindt ten vroegste 24 uur na het overlijden, de begraving van niet-gecremeerde stoffelijke overschotten of de crematie met daarop volgend de begraving, de berging of de verstrooiing van de as, plaats.  Het gemeentebestuur beslist in elk geval over dag en uur van de begrafenis. De begraving, bijzetting in een columbarium of verstrooiing van de as heeft plaats na de aangifte van het overlijden.

Artikel 3

Tot kisting mag slechts worden overgegaan nadat het overlijden werd vastgesteld door de geneesheer. Op voorlegging van het daartoe nodige doktersattest wordt de aanvraag ingediend aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. De burgemeester of zijn gemachtigde mag de kisting bijwonen. Een balseming of enige andere conserverende behandeling, voorafgaand aan de kisting, kan in de door de Vlaamse Regering bepaalde gevallen toegelaten worden.

Artikel 4

De stoffelijke overschotten moeten in een doodskist of ander lijkomhulsel (lijkwade met een eventuele onderplank) geplaatst worden.

Het gebruik van doodskisten, foedralen, doodswaden, producten en procedés die de natuurlijke en normale ontbinding van het lijk of de crematie beletten, is verboden.

Artikel 5

Behalve om te voldoen aan een rechterlijke beslissing mag de kisting na de sluiting niet meer geopend worden.

Artikel 6

Alvorens tot begraving mag overgegaan worden, moet de vergunning tot begraven,  voorzien bij artikel 77 van het burgerlijk wetboek, aan de dienst van de begraafplaatsen of aan de grafmaker worden overhandigd.

Artikel 7

Er wordt een register bijgehouden, dat genummerd en geparafeerd wordt door de ambtenaar van de burgerlijke stand en waarin dag na dag, zonder wit vlak, de vergunning tot begraving worden, ingeschreven van:

  • de personen die op het grondgebied van de gemeente overleden zijn of dood werden aangetroffen;
  • de personen die buiten de gemeente overleden zijn of dood werden aangetroffen en die op de gemeentelijke begraafplaats begraven worden.

Artikel 8

II. LIJKENVERVOER

A) Vervoer van niet-gecremeerde lijken:

De niet-gecremeerde lijken moeten individueel met een lijkwagen of op een passende wijze vervoerd worden.

Artikel 9

Zijn verboden, behoudens machtiging van de burgemeester of van zijn gemachtigde:

a) het vervoer, buiten het grondgebied van de gemeente, van de lijken van de personen die er overleden of dood aangetroffen werden;

b) het vervoer, naar een plaats op het grondgebied van de gemeente, van de lijken van personen die er niet zijn overleden of dood aangetroffen werden;

In het in a) vermelde geval, wordt de machtiging slechts verleend op voorlegging van een document waaruit het akkoord blijkt van de burgemeester van de plaats van bestemming.

Artikel 10

Voor zover stoffelijke overschotten van de in België overleden personen naar het buitenland moet vervoerd worden, is het vervoer, naargelang het geval, onderworpen aan de formaliteiten vermeld in:

a)  het KB van 8 maart 1967, wanneer het lijk moet vervoerd worden naar Luxemburg of Nederland;

b)  het akkoord van Straatsburg van 26 oktober 1973, wanneer het lijk moet vervoerd worden naar een ander land dan vermeld onder a) en dat het akkoord van Straatsburg ondertekend heeft;

c)  het Regentsbesluit van 20 juni 1947, wanneer een lijk moet vervoerd worden naar een land, niet bedoeld in a) of b).

B) Vervoer van gecremeerde lijken.

Het vervoer van gecremeerde lijken is vrij, doch dient te gebeuren volgens de regels van welvoeglijkheid.

Artikel 11

III. MORTUARIUM

De mortuaria dienen voor:

  1. het bewaren in afwachting van de begraving, van de gevonden lijken die nog dienen geïdentificeerd te worden;
  2. het ontvangen van het stoffelijk overschot van overleden personen die niet kunnen bewaard worden op de plaats van overlijden of hun woonplaats;
  3. het opnemen van lijken waarop ingevolge rechterlijke beslissing een lijkschouwing moet worden verricht;
  4. het bewaren van stoffelijke overschotten voor vrijwaring van de openbare gezondheid;
  5. het bewaren van lijken waarvan de overbrenging is gevraagd door familie of, bij ontstentenis door elke belanghebbende, na machtiging van het gemeentebestuur.

Artikel 12

IV. BEGRAVINGEN.

De gemeentelijke begraafplaatsen zijn bestemd voor de begraving, de bijzetting in een columbarium en de asverstrooiing van:

a) de personen die op het grondgebied van de gemeente overleden zijn of dood werden aangetroffen;

b) de personen die buiten het grondgebied van de gemeente zijn overleden of dood werden aangetroffen, maar die in haar bevolkings- of vreemdelingen of wachtregister van de gemeente ingeschreven zijn;

c) de personen, begunstigd van een recht van op begraving in een geconcedeerd graf of de bijzetting in een geconcedeerde nis;

d)  Kosteloosheid geldt enkel voor de inwoners van de gemeente (+ gewezen inwoners die wegens hun ouderdom of ziekte verblijven in een woon- en zorgcentrum buiten de gemeente). 

Artikel 13

Bij het bezorgen van stoffelijke overblijfselen op een der gemeentelijke begraafplaatsen moeten volgende voorwaarden worden nageleefd:

a) de dienst begraafplaatsen moet tenminste één (1) dag vooraf verwittigd zijn, door middel van het daartoe bestemd formulier, dat vermeldt of het gaat om een begraving, een bijzetting in het columbarium of een uitstrooiing en of al dan niet gebruik zal worden gemaakt van een bijzetting op het ereperk.

Deze verplichting rust bij de naaste verwanten of de gemachtigde.

b) de lijkwagen rijdt de begraafplaats op tot aan de begroetingsplaats, waar de familie de laatste begroeting aan de overledenen kan brengen.  De rouwenden zijn gerechtigd bij het gehele verloop van de begrafenis aanwezig te zijn.

Artikel 14

De begravingen worden volgens plan in regelmatige volgorde uitgevoerd.

Dit plan wijst de percelen aan voor begraving in volle grond, grafkelders, kindergraven, alsook voor de bijzetting in de nissen van het columbarium.

De dienst begraafplaatsen houdt een register bij waarin de identiteit wordt vermeld van al de personen begraven op de begraafplaats, alsook de datum van begraving, de dagtekening van de begrafenistoelating en de sectie en nummer van de plaats van de grafsteen.

Het register (van de burgerlijke stand) wordt op het einde van elk jaar gesloten en vastgesteld door de burgemeester of zijn afgevaardigde en in de gemeentearchieven neergelegd.

Een begraving van een kist op de begraafplaats wordt ten laatste tot 15:00 uur toegelaten.

Een bijzetting van een urne op de begraafplaats wordt ten laatst tot 18:00 uur toegelaten. Indien de grafmaker aanwezig dient te zijn wordt deze bijzetting ten laatste tot 15:00 uur toegelaten.

Artikel 15

De afstand tussen de percelen wordt vastgesteld als volgt:

            25 cm langs beide zijkanten

            50 cm langs de kant van het hoofdeinde

            en dit behoudens andere aanduidingen op het plan.

Artikel 16

Begravingen of crematie van het stoffelijk overschot van levenloos geboren kinderen, die de wettelijke levensvatbaarheidgrens nog niet hebben bereikt (12 weken zwangerschap), kunnen op verzoek van de ouders begraven of gecremeerd worden.

De naaste verwante meldt deze begraving aan de dienst der begraafplaatsen, minstens één werkdag vooraf, via het geëigende formulier. Er wordt een vrijstelling van retributie op de concessie verleend voor zover de kinderen op het moment van overlijden in het bevolkingsregister, het vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente ingeschreven zijn (voor kindergraven van kinderen die ergens anders ingeschreven zijn dient dus wel een concessie te worden betaald); de concessie wordt verleend voor 30 jaar en is hernieuwbaar, met vrijstelling ven retributie;

In geval van verwaarlozing wordt een dossier opgemaakt voor ruiming van het graf.

Foetusbegravingen worden op gelijke wijze behandeld als de begraving van kinderen.

Artikel 17

Het is verboden om met voertuigen op de gemeentelijke begraafplaatsen te komen, uitgezonderd met lijkwagen en/of dienstvoertuigen. Alle voorgaande vergunningen zijn niet meer van toepassing. De grote poorten op de begraafplaatsen dienen steeds gesloten te worden.  

Artikel 18

De begraving worden kosteloos uitgevoerd door de grafmaker, alle dagen, uitgezonderd op zon- en wettelijke feestdagen, behoudens dwingende noodzakelijkheid.

De grafmaker wordt hierbij eventueel geholpen door de personen hiertoe aangeduid door de burgemeester of zijn afgevaardigde. Ook de begrafenisondernemer en lijkdragers mogen de grafmaker bijstaan.

Artikel 19

Begravingen die, omwille van religieuze motieven, met het hoofd van de overledene naar het oosten georiënteerd moeten gebeuren, zullen plaatsvinden op de daartoe voorziene ruimte op de begraafplaats, waarbij ook een regelmatige volgorde wordt aangehouden.

Artikel 20

De geestelijke bedienaars mogen vrij tot de begrafenisplechtigheden van hun respectievelijke godsdiensten overgaan, zich schikkend naar de wens van de families.

Artikel 21

Bij terug ingebruikneming van graven zullen de overblijfselen die zouden opgehaald worden, met de nodige eerbied verzameld worden om in een gemeenschappelijk graf te worden bijgezet. Indien de overledene omwille van religieuze motieven begraven werd met het hoofd naar het oosten gericht, zal de herbegraving ervan in dezelfde zin gebeuren.

Artikel 22

Begravingen van kinderen tot 12 jaar die omwille van religieuze motieven naar het oosten georiënteerd worden, worden begraven op het perceel dat hiervoor is voorzien.

Artikel 23

V. ONTGRAVINGEN.

Opgravingen van stoffelijke overschotten zijn slechts toegelaten:

a)     Op bevel van de gerechtelijke overheid;

b)    Bij terugneming van het geconcedeerd perceel of de nis wegens openbaar belang of dienstnoodwendigheid;

c)     Bij wijziging van de bestemming van de begraafplaats;

d)    Bij wijziging van een niet-geconcedeerde begraving naar een concessie;

e)     Bij toepassing van artikel 24 en 24 bis van het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals tot op heden gewijzigd en mits voorafgaande machtiging van de burgemeester;

f)     Op verzoek van de overlevende echtgeno(o)te of samenwonende partner en de bloedverwanten 1ste graad en mits voorafgaande machtiging van de burgemeester;

Artikel 24

Tijdens de opgraving wordt de plaats ervan voor het publiek visueel afgeschermd.

Het recht verschuldigd bij ontgraving wordt vastgesteld door het retributiereglement. 

Alle kosten zijn ten laste van de aanvragers.

Er is geen retributie verschuldigd:

a)     Wanneer de ontgraving verricht wordt als gevolg van een gerechtelijke beslissing;

b)    Wanneer de ontgraving verricht wordt voor het overbrengen naar een ander deel van de begraafplaats van de stoffelijke resten die begraven waren in een grafruimte dat teruggenomen werd wegens openbaar belang of dienstnoodwendigheid;

Artikel 25

De schriftelijke aanvraag tot ontgraving dient door de nabestaande te worden gericht aan de burgemeester. Onverminderd het recht dat de burgemeester om in de toelating bijzondere voorwaarden op te leggen, moeten steeds volgende beschikkingen worden nageleefd:

a) dag en uur waarop de ontgraving zal geschieden worden in overleg met de dienst van de begraafplaatsen vastgesteld;

b) de opgraving dient te geschieden binnen de termijn van 3 maanden, vanaf de datum van de vergunning, zoniet dient men een nieuwe aanvraag in te dienen;

c) het grafteken, de beplantingen en alle andere voorwerpen die het openleggen van het graf kunnen bemoeilijken of beletten, moeten worden verwijderd vooraleer tot de opgraving wordt overgegaan en dit ten laste van de aanvrager;

d) het openleggen van het graf, het openen van de grafkelders, het lichten van de kist uit het graf en het vullen van de kuil geschieden door de zorgen van de grafmaker, in samenwerking met de begrafenisondernemer;

e) het openen van de nis, het uitnemen van de urne uit de nis en het terug sluiten van de nis, geschieden door de zorgen van de gemeente, in samenwerking met de begrafenisondernemer;

f) Het opgraven van een stoffelijk overschot en het ruimen van een perceel van de begraafplaats mag wel uitgevoerd worden door een privéonderneming;

g) Tijdens de ontgraving mogen er maximum 2 familieleden of nabestaanden aanwezig zijn;

Artikel 26

Behalve bij gerechtelijk bevel worden in de periode van vorst, op zaterdagen, zondagen en feestdagen van het jaar geen ontgravingen verricht. Tijdens de ontgraving moet de begraafplaats gesloten worden.

De ontgraving gebeurt in aanwezigheid van de grafmaker.De grafmaker kan de vernieuwing van de kist voorschrijven indien hij dat nodig acht en elke andere maatregel nemen die van dien aard is dat de welvoeglijkheid en de openbare gezondheid worden beschermd, en dat op kosten van de aanvrager.

Artikel 27

Indien het op te graven lijk naar een andere begraafplaats op het grondgebied van Maasmechelen of naar dit van een andere gemeente moet overgebracht worden, is het verplicht het opgegraven lichaam in een hermetisch gesloten omhulsel te plaatsen alvorens zij mag vervoerd worden.

Artikel 28

Degene die instaat voor de ontgraving, blijft 1 jaar verantwoordelijk dat de ernaast gelegen graven niet verzakken.

Artikel 29

VI. RUIMINGEN

Er wordt een procedure van ontruimingen bekendgemaakt zowel aan het graf als aan de ingang van de begraafplaats en dit gedurende één jaar vóór de ontruiming plaats gaat vinden.

De nabestaanden hebben de mogelijkheid om hun concessie te verlengen of voor een niet-geconcedeerd graf een concessie aan te vragen. Een verlenging van een concessie kan voor een termijn van 10, 20 of 30 jaar aangevraagd worden.

De nabestaanden beschikken, in de periode van de bekendmaking, om de grafmonumenten en/of voorwerpen weg te halen. Dit geldt ook voor de columbariumplaten. De grafmonumenten die op het einde van de procedure nog op de begraafplaats aanwezig zijn, worden eigendom van de gemeentelijke overheid en worden ambtshalve verwijderd.

De as van de te ontruimen urnen worden uitgestrooid op de strooiweide of neergelegd in een knekelput van dezelfde begraafplaats.

Artikel 30

VII. HERNIEUWING VAN DE GRAFRUIMTEN.

In geval van terugneming van een geconcedeerd perceel of van een geconcedeerde nis, wegens openbaar belang of dienstnoodwendigheden hebben de concessiehouders recht op het bekomen van een perceel van dezelfde oppervlakte of nis van dezelfde grootte (geldende afmetingen die op het moment van toepassing zijn in het reglement), op dezelfde of op een andere begraafplaats in de gemeente. De kosten van overbrenging van de stoffelijke overschotten en van de graftekens of eventueel een vervangende grafkelder, zijn ten laste van de gemeente.

Artikel 31

In geval van wijziging van de bestemming van de begraafplaats (sluiting van een begraafplaats) kan de concessiehouder geen aanspraak maken op enige vergoeding.

Hij heeft recht op het kosteloos bekomen van een grafruimte of een nis van dezelfde oppervlakte op de nieuwe begraafplaats.

De kosten van de overbrenging van de lichamen zijn ten laste van het gemeentebestuur.

De kosten van de overbrenging van de grafmonumenten evenals deze kosten van een vervangende grafkelder zijn ten laste van het gemeentebestuur.

Dit recht op het kosteloos bekomen van een grafruimte van dezelfde oppervlakte op de nieuwe begraafplaats is afhankelijk van het indienen van een aanvraag door iedere belanghebbende vóór de datum van het stopzetten van de begravingen op de oude begraafplaats.

Artikel 32

§ 1. Wanneer een concessie om welke reden ook een einde neemt, worden de niet weggenomen graftekens en de nog bestaande ondergrondse constructies, na het verstrijken van de door het college van burgemeester en schepenen vastgestelde termijn, eigendom van de gemeente.

§ 2. Alleen het college van burgemeester en schepenen regelt de bestemming van het aan de gemeente toevallende materiaal, na advies van de heemkundige kring. Het College van burgemeester en schepenen maakt hierbij een lijst op van graven met lokaal historisch belang die als kleine onroerende erfgoedelementen kunnen worden beschouwd. De graven op deze lijst dienen 50 jaar te worden bewaard en onderhouden door de gemeente-overheid. Deze termijn kan worden verlengd. Bij ontstentenis van deze lijst kan het initiatief tot de opmaak ervan genomen worden door de Vlaamse Regering of haar gemachtigde. Deze lijst wordt bekrachtigd door het college van burgemeester en schepenen. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor de lijsten van graven met lokaal historisch belang.

Artikel 33

Op verzoek van de concessiehouder kan het college van burgemeester en Schepenen in de loop van de concessie een grafruimte terugnemen wanneer dit perceel ongebruikt is gebleven of zulks wordt ingevolge de overbrenging van de stoffelijke overblijfselen.

Het gemeentebestuur is voor deze overneming niet verplicht tot terugbetaling.  

Artikel 34

Een niet-geconcedeerd graf wordt minstens tien jaar bewaard.

Na tien jaar kan de gemeente overgaan tot de ontruiming ervan.

Een omzetting van een niet-geconcedeerd graf naar een geconcedeerd graf kan voorzien worden, mits artikel 4 van de retributie op de begraafplaatsen. De startdatum van de concessie begint op de dag van de begraving.

Dergelijk graf mag enkel verwijderd worden nadat gedurende één jaar een afschrift van de beslissing tot verwijdering, zowel bij het graf als aan de ingang van de begraafplaats, werd uitgehangen.

De gemeenteraad beslist welke bestemming gegeven moet worden aan resten die aangetroffen worden binnen de omheining van de begraafplaats.

Artikel 35

VIII GRAFTEKENS-, BOUW-, BEPLANTINGWERKEN, ONDERHOUD VAN DE GRAVEN.

Tenzij de overledene anders heeft beschikt of zijn verwanten zich er tegen verzetten, heeft eenieder het recht op het graf van zijn verwante of vriend een grafteken te doen plaatsen zonder afbreuk te doen aan het recht van de concessiehouder.

Artikel 36

Op de begraafplaatsen van Maasmechelen zijn één van de vier soorten grafstenen verplicht, nl.: alleen verticale steen, alleen horizontale steen, verticale en horizontale steen, omboording in natuursteen (geen betonnen platen) van het graf.

Artikel 37

Het is verboden grafstenen of andere gedenktekens te plaatsen die door hun vorm, hun afmetingen, hun opschriften of aard van de materialen, de reinheid, gezondheid, veiligheid en rust op de begraafplaats kunnen verstoren. De graftekens en andere gedenktekens mogen volgende afmetingen niet overschrijden:

 

 

Gewoon graf

Twee naast elkaar

gelegen graven

kindergraf

urneveld

lengte

2,00 m

2,00 m

1,00 m

0,50 cm

breedte

1,00 m

2,00 m

0,50 m

0,50 cm

hoogte

1,20 m

1,20 m

1,00 m

0,50 cm

Degene die de steen plaatst (nabestaande, steenkapper, begrafenisondernemer, aannemer,..) is verantwoordelijk om zich te houden aan deze afmetingen, gebeurt dit niet wordt er opgetreden zoals voorzien in dit reglement punt X strafbepalingen.

Grafstenen worden enkel nog geplaatst, door een voorafgaande afspraak met de dienst begraafplaatsen te maken en onder toezicht van het gemeentebestuur.

De aanplantingen mogen maximum 50 cm hoog zijn.

Bloemen en planten mogen slechts op de grasstrook of kiezel geplaatst worden vanaf 25 oktober tot 30 november, zij mogen in geen geval worden ingegraven.

Bestaande grafmonumenten of gedenktekens die niet beantwoorden aan deze afmetingen mogen behouden blijven, bij hernieuwing dienen ze te beantwoorden aan de opgelegde afmetingen.

Artikel 38

De graftekens moeten zodanig opgericht en onderhouden worden dat zij de veiligheid van doorgang niet belemmeren en zonder schade aan te brengen aan de aangrenzende graftekens en graven.

Artikel 39

Alvorens op de begraafplaatsen te worden toegelaten, moeten de voor het grafteken bestemde materialen volledig afgewerkt en gekapt zijn en gereed om onmiddellijk geplaatst te worden. Geen enkel hulpmateriaal, restmateriaal mag binnen de omheining van de begraafplaats worden achtergelaten. De materialen worden aangevoerd en geplaatst naarmate de behoefte. Na een zonder gevolg gebleven ingebrekestelling wordt er op bevel van de burgemeester van ambtswege overgegaan tot de wegneming van de materialen op kosten van de overtreder.

Artikel 40

Kronen uit natuurlijke bloemen moeten weggenomen worden zodra zij niet meer fris zijn. Kransen uit kunstmatig materiaal mogen niet geplaatst worden in omhulsels, geheel of gedeeltelijk uit breekbaar glas.

Artikel 41

Rond de graven mogen geen afsluitingen of omheiningen gemaakt worden.

Kniel- of bidbanken zijn verboden.

Artikel 42

De bloemen en planten aangebracht op de grafruimten, moeten steeds in goede staat onderhouden worden. Afgestorven planten en bloemen moeten verwijderd worden door de nabestaanden. Bij gebreke hiervan zal de opruiming en het verwijderen van de potten geschieden door het gemeentebestuur.

Artikel 43

De scheefstaande en omgevallen gedenktekens moeten uiterlijk veertien dagen vóór Allerheiligen door toedoen van de familieleden en/of lasthebbers terug rechtgezet of verwijderd worden.

Drie werkdagen vóór Allerheiligen is het verboden:

a) om het even welk grafmonument of bijhorigheid op een grafruimte te plaatsen of ervan te verwijderen;

Dit verbod geldt niet voor het aanbrengen van bloemen en kransen, bloempotten, medaillons;

b) om beitel – en/of schilderwerk uit te voeren, stenen te reinigen, grafmonumenten en bijhorigheden bij te voegen of recht te zetten. Enkel de opschik van de beplanting van de graven is toegelaten, mits de wegen en andere grafmonumenten rein worden gehouden en niet worden beschadigd. Afvalstoffen moeten in de daarvoor aangebrachte containers geworpen worden.

De aangevoerde grafsteen of -tekens, die drie dagen vóór Allerheiligen bij de sluiting van de begraafplaatsen niet zouden geplaatst zijn, moeten door de betrokken familieleden daags nadien vóór 10 uur ’s morgens verwijderd zijn, zoniet zullen grafstenen, -tekens en andere voorwerpen op risico en ten laste van de overtreder en zonder enig verhaal door het gemeentebestuur opgeruimd worden.

Artikel 44

De belanghebbenden zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van de graven. Wanneer een graf doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, ingestort of bouwvallig is, wordt een akte van verwaarlozing opgesteld door de burgemeester of zijn gemachtigde.

Die akte blijft één jaar lang bij het graf en aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt. Na het verstrijken van die termijn en bij niet herstelling wordt door het schepencollege beslist dat er van ambtswege overgegaan wordt tot afbraak of tot het wegnemen van de materialen. Daarenboven kan het schepencollege een einde stellen aan het recht op concessie.

Artikel 45

De graven en grafmonumenten, opgenomen op de lijst van graven met lokaal historisch belang worden onderhouden door de gemeente.

Artikel 46

Het gemeentebestuur staat niet in voor de bewaking van de op de grafruimte geplaatste voorwerpen. Zij kan evenmin verantwoordelijk gesteld worden voor de schade aangebracht aan de grafruimten of de er op aangebrachte gedenktekens, beplanting enz.

Artikel 47

Uitsluitend de grafdelver van de gemeente en/of de begrafenisondernemer is ertoe bevoegd te zorgen voor:

  • het plaatsen van de kist of de urne in de kuil, de grafkelder of het columbarium;
  • het delven van een graf voor de begravingen of bijzettingen in volle grond en het vullen van de kuil;
  • het openen en sluiten van bestaande grafkelders;
  • het openen, plaatsen en afsluiten van de nis in een columbarium.
 

Artikel 48

IX. CREMATIE - COLUMBARIUM - URNENVELDEN - ASVERSTROOIING

De crematie is onderworpen aan de formaliteiten bepaald bij het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging, en volgende wijzigingen;

Artikel 49

Voor crematie is een toestemming vereist van de ambtenaar van de burgerlijke stand waar het overlijden werd vastgesteld, indien dat overlijden in een gemeente van het Vlaamse Gewest heeft plaatsgehad.

Ingeval van overlijden in het buitenland van het Vlaams gewest is een verlof tot crematie vereist van de procureur des Konings van het arrondissement van de plaats waar zich ofwel het crematorium ofwel de hoofdverblijfplaats van de overledene bevindt.

Voor crematie na opgraving is toestemming tot opgraving vereist. (procureur des Konings)

Artikel 50

§ 1. De urnen met de as van de gecremeerde lijken kan binnen de omheining van de begraafplaats:

a) begraven worden op de plaats van de gewone begravingen of in grond in concessie op een diepte van tenminste 80 cm;

b) worden bijgezet in een columbarium in gesloten nissen;

c) bijgezet worden in een grafkelder.

§ 2. De as van gecremeerde lijken kan:

a) uitgestrooid worden op de daartoe voorziene asverstrooiingsweide van de begraafplaats door middel van een strooitoestel;

b) worden uitgestrooid op de aan het grondgebied van België grenzend territoriale zee onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt;

c) uitgestrooid worden op een andere plaats dan de begraafplaats of op de aan het grondgebied van België grenzende territoriale zee;

d) meegenomen worden voor thuisbewaring;

e) uitgestrooid worden in de rivier “de Maas”, "kapel op Geneuth";

Mogelijkheden c),d) en e) gelden enkel indien de overledene dat schriftelijk heeft bepaald of bij gebrek aan schriftelijke bepaling door de overledene, op gezamenlijk schriftelijk verzoek van de nabestaanden; 

Indien de overledene dit schriftelijk heeft bepaald of, bij gebrek aan schriftelijke bepaling door de overledene, op gezamenlijk schriftelijk verzoek, vooraleer de crematie plaatsvindt, van zowel de echtgenoot of van diegene met wie de overledene een feitelijk gezin vormde als van alle bloed- of aanverwanten van de eerste graad of, indien het om een minderjarige gaat, op verzoek van de ouders of voogd, kan de as van gecremeerde lijken:

a) worden uitgestrooid of begraven op een andere plaats dan de begraafplaats.  Deze uitstrooiing of begraving kan evenwel niet gebeuren op het openbaar domein, uitgezonderd de begraafplaats.  Indien het een terrein betreft dat niet eigendom is van de overledene of zijn nabestaanden, is een voorafgaande, schriftelijke toestemming vereist van de eigenaar van het betrokken terrein.  De asverstrooiing of de begraving van de as gebeurt aansluitend op de crematie.

b) In een urne ter beschikking gesteld worden van de nabestaanden om te worden bewaard op een andere plaats dan de begraafplaats. Indien er een eind komt aan de bewaring van de as op een andere plaats dan de begraafplaats, wordt de as door toedoen van de nabestaande die er de zorg voor heeft of zijn erfgenamen in geval van diens overlijden, ofwel naar een begraafplaats gebracht om er begraven, in een columbarium bijgezet of uitgestrooid te worden ofwel uitgestrooid te worden op een aan het grondgebied van België grenzende territoriale zee.

De persoon die de as in ontvangst neemt, is verantwoordelijk voor de naleving van deze bepaling.

§ 3. Onverminderd hetgeen is bepaald in § 1 kan, op verzoek van de echtgenoot, van de bloed- of aanverwanten in eerste graad en/of de concessiehouder, een gedeelte van de as van het gecremeerde lijk aan hen worden meegegeven.

Artikel 51

De urne met de as van de gecremeerde kan op verzoek worden bijgezet in een gesloten nis van het columbarium.

De afmetingen van de asurnen moeten aangepast zijn aan het beschikbare volume van de nis, rekening houdende met het aantal toegestane bijzettingen.

Nadat de asurnen in de nis is geplaatst wordt deze nis door de zorgen van de aangestelde van de gemeente of begrafenisonderneming afgesloten.

Op de afdekplaat wordt door het gemeentebestuur of begrafenisondernemer een door de familie te leveren naamplaat bevestigd.

Deze naamplaat moet voldoen aan volgende voorschriften:

  •  Vermeldingen: naam, voornaam, geboorte- en sterftejaar van de overledene;
  • Foto’s of medaillons mogen vastgehecht worden op de bestaande afdekplaat, waarbij een ruimte van 5 cm langs de randen van de afdekplaat onbenut en aldus zichtbaar moet blijven.
  • Persoonlijke tekst

Artikel 52

Op elke begraafplaats wordt een piramide of zuil voorzien nabij de asverstrooiingsweide.  Op deze piramide of zuil kan men een plaatje bevestigen na de uitstrooiing.

De naamplaat op deze piramide dient te voldoen aan volgende voorschriften:

  • Vermeldingen: naam, voornaam, geboorte- en sterftejaar van de overledene, eventueel met foto.
  • Afmetingen: hoogte 6,5 cm, lengte 10 cm, dikte max. 5 mm.

Artikel 53

De afdekplaat op de gemeentelijke urnenvelden van Maasmechelen dienen aan volgende voorwaarden te voldoen:

  • de afmetingen van de afdekplaat op de gemeentelijke urnenvelden hebben een oppervlakte van 0,60 m  x 0,60 m. Ze is uitgevoerd in massief natuursteen, type graniet Jasberg, met een dikte van 2 cm.
  • binnen een zone vanaf 10 cm van de rand is het toegestaan om belettering en afbeeldingen aan te brengen;
  • het lettertype kan vrij gekozen worden;
  • foto’s in porselein zijn toegelaten;
  • het aanbrengen van grafische afbeeldingen zoals foto’s, religieuze symbolen, enz. is toegestaan in de voornoemde zone;
  • het aanbrengen van vaste beplanting rond de steen is niet toegestaan;
  • het plaatsen van obstakels, zoals vazen of planten en bloempotten, op de grafsteen, is verboden, daar is een ruimte voor voorzien vóór het urnengraf;

Artikel 54

De gemeente Maasmechelen is niet verantwoordelijk voor mogelijke beschadigingen aan de steen of grafische afbeeldingen, als gevolg van normaal onderhoud van de urnengraven en die het gevolg zijn van het niet naleven van voormelde omschrijving, is de gemeente Maasmechelen niet verantwoordelijk.

Artikel 55

X. VERZAMELGRAF/ KNEKELPUT

Op de begraafplaatsen waar ondergrondse ruimingen worden uitgevoerd, wordt een verzamelgraf aangelegd.

Artikel 56

Dit verzamelgraf wordt van een herkenbare omboording voorzien. Tevens wordt er een grote maaskei nabij dit verzamelgraf geplaatst.

Artikel 57

XI. UITSTROOIING IN DE MAAS

Aan de locatie “kapel op Geneuth” kunnen asverstrooiingen gebeuren en dit volgens het huidig retributiereglement.

Artikel 58

De adviezen van de VMW en van de Vlaamse Waterweg dienen steeds gerespecteerd te worden.

Artikel 59

XII. POLITIE

De begraafplaatsen zijn dagelijks voor het publiek toegankelijk;

  • van 1 april tot 30 september:  8 uur tot 20.00 uur
  • van 1 oktober tot 31 maart: 8 uur tot 18.00 uur

De burgemeester is gerechtigd de openings- en sluitingsuren te wijzigen.

Artikel 60

De gemeente staat niet in voor de bewaking van de op de graven geplaatste voorwerpen. Het gemeentebestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de diefstallen of beschadigingen welke op de begraafplaatsen ten nadele van de families zouden gepleegd worden aan de graven, erop aangebrachte gedenktekens, beplantingen, …

Artikel 61

Op de begraafplaatsen zijn alle handelingen verboden waardoor de orde of de aan de doden verschuldigde eerbied verstoord wordt.

Het is in het bijzonder verboden:

a) aanplakbrieven aan te brengen, behoudens in de gevallen bepaalt bij het decreet van 16 januari 2004 of bij deze politieverordening.

b) goederen te koop aan te bieden of zijn diensten aan te bieden.

Artikel 62

Het is verboden:

  • zich op de begraafplaatsen te bevinden buiten de openingsuren;
  • de grasperken en de aanplanting van de begraafplaatsen op welke wijze dan ook te beschadigen;
  • de graftekens en alle hulde- en versieringsvoorwerpen op welke wijze ook te beschadigen;
  • binnen de omheining van de begraafplaatsen vuilnis en afval neer te leggen, tenzij op de daartoe bestemde plaatsen;
  • met voertuigen de begraafplaatsen binnen te rijden, uitgezonderd dienstvoertuigen en lijkwagens;
  • de begraafplaats te betreden met honden of andere dieren zonder halsband, ook zo voor visueel gehandicapten of andere mindervalide met hun geleidehond, politiediensten en erkende bewakingsondernemingen met waak- en speur- en verdedigingshonden;
  • opschriften of grafschriften aan te brengen die de welvoeglijkheid, de orde en de aan de doden verschuldigde eerbied verstoren.

Artikel 63

XIII. STRAFBEPALINGEN

Onverminderd de toepassing van de artikelen 315, 340, 453,en 526 van het strafwetboek, worden de inbreuken op de bepalingen van deze verordening gestraft.

Artikel 64

Deze politieverordening wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

Artikel 65

Dit reglement vervangt de politieverordening van 6 november 2007, en treedt in werking vanaf 1/1/2020.