Gelet op artikel 170, $4 van de Grondwet;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Gelet op de gecoördineerde omzendbrief dd. 10 juni 2011 inzake onderrichtingen over gemeentefiscaliteit vanwege het Agentschap voor Binnenlands Bestuur;
Gelet op de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019;
Gelet op de wet van 19 juli 1991, betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en de opeenvolgende wijzigingen;
Gelet op de Omzendbrief van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, Algemene Directie Instellingen en Bevolking, van 5 november 2019 inzake tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaart en -documenten vanaf 1 januari 2020;
Gelet op het Ministerieel besluit van 28 oktober 2019 tot wijziging van het ministerieel besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten voor Belgen, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar, de elektronische kaarten en elektronische verblijfsdocumenten, afgeleverd aan vreemde onderdanen, en de biometrische kaarten en biometrische verblijfstitels, afgeleverd aan vreemde onderdanen van derde landen;
Gelet op het schrijven van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer van 26 november 2013 waarin gemeld wordt dat vanaf 1 februari 2014 de federale retributie voor het afleveren van een internationaal rijbewijs wordt vastgesteld waarbij de gemeente bovenop dit bedrag een gemeentebelasting kan vaststellen;
Gelet op de Wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfsbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953;
Gelet op het KB van 10 december 1996 betreffende de verschillende identiteitsdocumenten voor kinderen onder de twaalf jaar;
Gelet op het KB van 5 maart 2017 tot bepaling van de verblijfsvergunningen waarvoor de gemeenten retributies kunnen innen voor het vernieuwen, verlengen of vervangen ervan en tot bepaling van het maximumbedrag bedoeld in artikel 2$2 van de Wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfsbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953;
Gelet op artikelen 50-67 Consulair Wetboek van 21 december 2013;
Gelet op artikel 2 Ministerieel besluit van 19 april 2014 aangaande de afgifte van paspoorten;
Gelet op het KB van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
Gelet op artikel II. 31, tweede lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op artikel 8 van de Wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
Gelet op het KB van 2 april 2003 tot bepaling van de modaliteiten van indiening van de aanvragen en van aflevering van de arbeidskaart C;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 7 juli 2015 betreffende de belasting op de afgifte van administratieve stukken, aj. 2015-2019;
Overwegende dat voorgenoemd gemeenteraadsbesluit zonder grote inhoudelijke wijzigingen worden hernieuwd voor aj. 2020-2025;
Overwegende dat het afleveren van allerlei administratieve stukken voor de gemeente zware lasten meebrengt en dat het aangewezen is hiervoor een gematigde belasting in te vorderen;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 wordt een belasting gevestigd op het afleveren door het gemeentebestuur van allerlei administratieve stukken.
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen aan wie het stuk wordt afgeleverd.
Het bedrag van de belasting wordt voor het aanslagjaar 2020 vastgesteld als volgt:
A. Op de afgifte van elektronische identiteitskaarten en elektronische vreemdelingenkaarten:
5,70 euro gemeentebelasting voor de normale procedure, verhoogd met de kostprijs van de elektronische identiteitskaart aangerekend door de FOD Binnenlandse Zaken;
15,60 euro gemeentebelasting voor de spoedprocedure, verhoogd met de kostprijs van de elektronische identiteitskaart aangerekend door de FOD Binnenlandse Zaken;
B. Op de afgifte van identiteitskaarten, verblijfsvergunningen en verblijfsattesten, die ambtshalve, of op verzoek van staatsonderhorigen of vreemdelingen uitgereikt worden:
14,00 euro
C. Op de afgifte van reispassen en spoedreispassen afgeleverd aan personen vanaf 12 jaar:
11,20 euro
D. Op de afgifte van de (voorlopige) rijbewijzen in bankkaartmodel alsook latere verlengingen en aanvragen van duplicaten:
5,70 euro gemeentebelasting verhoogd met de kostprijs van het rijbewijs in bankkaartmodel aangerekend door de FOD Mobiliteit en Vervoer.”
Op de afgifte van de internationale rijbewijzen:
10,10 euro gemeentebelasting verhoogd met de kostprijs van het rijbewijs in bankkaartmodel aangerekend door de FOD Mobiliteit en Vervoer
E. Arbeidskaarten:
5,00 euro per kaart, ongeacht de geldigheidsduur
F. Op de afgifte van trouwboekjes:
20,00 euro voor een trouwboekje
De bedragen van de gemeentebelasting vermeld in dit reglement, zijn gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemmen overeen met de index van november 2019 (basisjaar 2004=100). Ze worden jaarlijks op 1 januari van elk jaar, aangepast aan de consumptieprijsindex van de maand november die aan de aanpassing voorafgaat volgens de formule:
Basistarief x Nieuwe index
Geïndexeerd tarief = ------------------------------------------
Basisindex
Basistarief = tarief gemeentebelasting zoals vastgesteld in onderhavig reglement
Nieuwe index = de index van de maand november van het voorgaande jaar
Basisindex = de index van de maand november 2019
De eerste aanpassing zal geschieden op 1 januari 2021.
De bedragen na indexering zullen worden afgerond naar de hogere tien cent.
De indexering van de bedragen is niet van toepassing voor de documenten vermeld onder art. 2E en art. 2F.
De belasting is invorderbaar op het ogenblik van de aanvraag en dient contant betaald te worden bij de aanvraag van de administratieve stukken, tegen ontvangstbewijs. Wanneer de gevraagde stukken met de post worden verstuurd, worden de verzendingskosten aan de belasting toegevoegd. Deze kosten dienen eveneens bij de aanvraag te worden betaald.
Zij zijn eveneens verschuldigd en vooruit betaalbaar wanneer artikel 5 van toepassing is.
Indien het document niet onmiddellijk bij de aanvraag kan afgegeven worden, dient bij de aanvraag een bedrag gelijk aan de belasting, vermeerderd met de eventuele verzendingskosten, in bewaring gegeven te worden bij de financieel directeur of bij zijn afgevaardigde. Er wordt kosteloos een ontvangstbewijs van de in bewaring gegeven sommen afgeleverd.
Worden van de belasting vrijgesteld:
a. de stukken die in uitvoering van een wet of van gelijk welk reglement van de administratieve overheid door het gemeentebestuur kosteloos moeten worden afgeleverd;
b. de stukken die afgeleverd worden aan behoeftige personen; de behoeftigheid wordt door ieder overtuigend bewijsstuk gestaafd;
c. de machtigingen aangaande godsdienstige of politieke manifestaties;
d. de machtigingen aangaande activiteiten die als dusdanig reeds het voorwerp uitmaken van een belasting of retributie ten voordele van de gemeente;
e. de stukken die afgeleverd worden aan de gerechtelijke of administratieve overheden, alsook aan instellingen van openbaar nut;
f. de mededeling van inlichtingen door de politie aan verzekeringsmaatschappijen omtrent het gevolg dat gegeven werd in verband met verkeersongevallen op de openbare weg;
g. de getuigschriften van een goed zedelijk gedrag afgegeven door de gemeentebesturen om gevoegd te worden bij een aanvraag van een door de regering ingestelde eervolle onderscheiding;
h. geldigverklaring van aanvraagformulieren voor vermindering op biljetten van de NMBS, de NMVB, en de openbare autobusdiensten;
i. afgifte van nationaliteitsbewijzen aan de kandidaten bij gemeenteraadsverkiezingen;
j. de al dan niet uitkeringsgerechtigde werklozen, pas afgestudeerden, laatstejaarsstudenten, leerlingen van het laatste jaar secundair onderwijs en werkzoekende personen van wie het enig inkomen het bestaansminimum is, die bescheiden nodig hebben wanneer ze voor een betrekking solliciteren. Wel is het zo dat de belanghebbenden zelf het bewijs dienen te leveren dat ze voor de vrijstelling in aanmerking komen en dat de bescheiden waarvoor ze de belastingvrijstelling vragen, bij het solliciteren nodig zijn;
k. de gehandicapten aan wie een nieuwe identiteitskaart wordt uitgereikt ingevolge hun verzoek tot vervanging van de vermelding "onbekwaam" door "vrijgesteld".
De belasting is niet toepasselijk op de afgifte van stukken, welke krachtens de wet, een koninklijk besluit of een overheidsverordening reeds aan de betaling van een recht ten behoeve van de gemeente onderworpen is. Uitzondering wordt gemaakt voor de rechten welke de met het afgeven van reispassen belaste gemeenten ambtshalve toekomen krachtens art.13 van de wet van 04.07.1956 en de K.B. dd. 20.12.1972 en 12.11.1976.
Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen dat handelt als administratieve overheid. Er wordt niet voorzien in het indienen van bezwaarschriften via een duurzame drager.
Het bezwaarschrift moet schriftelijk en gemotiveerd worden ingediend, en op straffe van verval binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf datum van de contante inning. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige, alsook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten of middelen.
Het college van burgemeester en schepenen stuurt binnen 15 kalenderdagen na verzending of indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding. Deze ontvangstmelding kan via een duurzame drager worden verstuurd.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het Decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dat Wetboek van toepassing voor zover ze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.
Het reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.