Gelet op artikel 170, $4 van de Grondwet;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 17 december 2013 betreffende de belasting op de voor het publiek toegankelijke ruimten, aj. 2014-2019;
Overwegende dat voorgenoemd gemeenteraadsbesluit zonder grote inhoudelijke wijzigingen hernieuwd wordt voor aj. 2020;
Overwegende dat het commercieel centrum van Eisden– tuinwijk, omvattende Zetellaan, Koninginnelaan, Nijverheidslaan, Layensweg, Pauwengraaf, Oude Baan (vanaf L. Mercierlaan tot aan Bloemenlaan), Kruindersweg, Mie Merkenstraat, Europaplein, Onze- Lieve- Vrouwe-straat, Heihoevestraat, Heikampstraat, Heufkensweg, Koudenbergstraat, Ambachtsstraat, Bloemenlaan en Wipstraat, een te onderscheiden handelsgebied vormt;
Dat dit handelsgebied als het ware “fysiek” is afgebakend door de Zuid – Willemsvaart (Oostelijke zijde), de gemeentegrens met Dilsen – Stokkem (Noordelijke zijde), het Nationaal Park Hoge Kempen (Westelijke zijde) en de voormalige spoorwegbedding (Zuidelijke grens);
Overwegende dat de gemeente tal van materiële en immateriële investeringen t.b.v. dit handelsgebied doet zoals promotie, reclame en events, het opzetten van langlopende commerciële acties, het stimuleren van een kruisbestuiving tussen de handel en het toerisme middels het uitwerken van arrangementen, het upgraden van het openbaar domein en openbare voorzieningen, het verfraaien van het straatbeeld, verdere uitbouw van parkeerroutes en parkings, specifiek parkeerbeleid, ….;
Dat derhalve de gemeente Maasmechelen een beleid voert dat er op is gericht om de commerciële en handelsactiviteiten volop te laten ontplooien in de deelgemeente Eisden, meer specifiek Eisden – Tuinwijk;
Dat er immateriële en materiële investeringen gebeuren enerzijds ten gunste van de in dit gebied gevestigde middenstand, horeca, diensten, kortom iedereen die een commerciële activiteit beoefent in Eisden – tuinwijk;
Overwegende dat deze investeringen in dit specifiek afgebakende gebied anderzijds de inzet van veel middelen vereisen welke niet geringe financiële lasten met zich meebrengen voor de gemeente Maasmechelen welke deze niet alleen kan dragen;
Dat de gemeente Maasmechelen van oordeel is dat de begunstigden eveneens dienen bij te dragen, gelet op de voor hen (exclusieve) voordelen;
Overwegende dat het daarom gepast voorkomt de uitwerking van de belasting te beperken tot dit specifiek handelsgebied dat exclusief zal genieten van de materiele en immateriële investeringen;
Dat inderdaad terecht mag gesteld worden dat enkel de betrokkenen van het handelsgebied Eisden – Tuinwijk zullen genieten van de voordelen van de materiele (uitbreiding parkeerfaciliteiten, parkeerroutes, verfraaiing openbaar domein, bijkomende initiatieven op het vlak van reinheid, veiligheid,…) en immateriële (gemeenschappelijke promotie – en communicatiecampagnes,…) investeringen terwijl dit niet geldt voor het overige grondgebied van Maasmechelen;
Overwegende dat de gemeente de ontwikkeling van de handel wil stimuleren, in het bijzonder voor wat betreft de straat “Pauwengraaf”;
Overwegende dat de gemeente ruimtelijk beslist heeft dat in deze straat de gelijkvloerse verdieping verplicht moet ingevuld worden met handel, horeca of kantoren;
Overwegende dat de gemeente expliciet de nadruk wil leggen op deze straat als vestigingsplaats voor commerciële ontwikkelingen;
Dat deze straat van oudsher een winkelstraat is en de gemeente deze identiteit niet enkel wil behouden maar zelfs wil versterken;
Dat het derhalve gepast voorkomt om dit standpunt te benadrukken door een vrijstelling te voorzien voor startende ondernemingen;
Overwegende dat de eerste jaren van een startende onderneming bepalend zijn voor het voortbestaan van een zaak;
Dat na een periode van drie à vijf jaar volgens studies een evaluatie kan gemaakt worden omtrent het al dan niet succesvol zijn van de betrokken onderneming;
Dat de gemeente deze periode wenst te helpen overbruggen;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Er wordt voor het aanslagjaar 2020 ten voordele van de gemeente een belasting gevestigd op de voor het publiek toegankelijke ruimte(n).
Onder “de voor het publiek toegankelijke ruimte(n) moet begrepen worden alle bebouwde oppervlakten waarin door de belastingplichtigen commerciële activiteiten worden ontwikkeld. Deze ruimtes moeten bovendien vrij toegankelijk zijn voor het publiek en / of (potentiële) klanten.
Aldus zijn uitgesloten:
Ruimtes die weliswaar verband houden met de commerciële oppervlaktes doch die een eerder privaat karakter hebben doordat ze hoofdzakelijk worden gebruikt door de belastingplichtigen of hun aangestelden zoals bergruimtes, toiletten, eetzalen, …, zelfs indien er (sporadisch) publiek zou worden toegelaten.
Oppervlakten die enkel kunnen betreden worden nadat het cliënteel er toegang toe bekomt na betaling van een inkom – of huurprijs.
Onbebouwde oppervlaktes die eerder het karakter hebben van opslagruimte dan een commercieel karakter.
Deze belasting op de voor het publiek toegankelijke ruimte(n) is verschuldigd door:
iedere natuurlijke of rechtspersoon die prestaties verricht die een daad van koophandel uitmaken of een ambachtsactiviteit bedoeld in de wet van 18 maart 1965 op het ambachtsregister;
verenigingen zonder winstoogmerk die in de voor het publiek toegankelijke ruimte(n) commerciële activiteiten ontwikkelen met het oog op de financiering van hun vooropgestelde doeleinden;
De belasting op de voor het publiek toegankelijke ruimte(n) is verschuldigd door de in artikel 2 omschreven belastingplichtigen voor zover de voor publiek toegankelijke ruimte(n) zijn gelegen langs of op de volgende wegen:
Zetellaan
Koninginnelaan
Nijverheidslaan
Layensweg
Pauwengraaf
Oude Baan (vanaf L. Mercierlaan tot aan Bloemenlaan)
Kruindersweg
Mie Merkenstraat
Europaplein
Onze-Lieve-Vrouwe-straat
Heihoevestraat
Heikampstraat
Heufkensweg
Koudenbergstraat
Ambachtsstraat
Bloemenlaan
Wipstraat
De belasting is verschuldigd door de in artikel 2 omschreven belastingplichtigen die op 1 januari van het aanslagjaar voor het publiek toegankelijke ruimte(n) aanwenden voor zover ze gelegen zijn langs of op de in artikel 3 gelegen straten.
De belasting is niet verschuldigd wanneer de in artikel 2 omschreven belastingplichtigen gedurende het aanslagjaar slechts dertig dagen of minder de voor het publiek toegankelijke ruimte(n) heeft aangewend.
De belasting bedraagt:
Voor het publiek toegankelijke ruimte(n) van maximaal 15 m²: € 125
Voor het publiek toegankelijke ruimte(n) van minstens 16m² en maximaal 100m²: € 300
Voor het publiek toegankelijke ruimte(n) van meer dan 100m²: € 300, verhoogd met € 1 per bijkomende m² vanaf 101m² doch met een maximum van € 500
De belasting is verschuldigd voor heel het jaar, behalve de uitzondering voorzien in artikel 4, 2de lid.
De belasting is niet verschuldigd voor de uitbaters van vrije beroepen en evenmin door openbare besturen.
Er wordt tevens een vrijstelling gedurende 3 aanslagjaren voorzien voor ondernemers die cumulatief aan volgende voorwaarden voldoen:
een nieuwe vestigingseenheid in de zin van de bepalingen van de kruispuntbank van ondernemingen onderbrengen in een onroerend goed grenzende aan Pauwengraaf;
het moet een vestigingseenheid betreffen die een handelsruimte grenzende aan het openbaar domein vereist voor de uitoefening van haar activiteiten.
De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend, vóór de erin vermelde vervaldatum moet worden teruggestuurd.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden, uiterlijk op 1 augustus van het lopende aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 8 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve gevestigd.
In geval van ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, brengt het college van burgemeester en schepenen, of het personeelslid dat door het college van burgemeester en schepenen daartoe is aangesteld, de belastingplichtige, met een aangetekende brief op de hoogte van de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 10%. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Door het college van burgemeester en schepenen worden personeelsleden aangesteld die bevoegd zijn om een controle of onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van de belastingverordening.
De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
De belasting wordt ingekohierd op naam van diegene die volgens artikel 2 van deze belastingsverordening belastingplichtig is.
De belastingplichtige die zijn zaak verkoopt of overdraagt is verplicht dit binnen de veertien dagen mee te delen aan de financieel directeur. In dit geval mag de voor het lopende jaar betaalde belasting overgedragen worden op naam van degene die de uitbating verder zet.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag (en de eventuele belastingverhoging) een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
Er wordt niet voorzien in het indienen van bezwaarschriften via een duurzame drager.
Het bezwaarschrift moet schriftelijk en gemotiveerd worden ingediend, en op straffe van verval binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige, alsook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten of middelen.
Het college van burgemeester en schepenen stuurt binnen 15 kalenderdagen na verzending of indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding. Deze ontvangstmelding kan via een duurzame drager worden verstuurd.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële vergissingen zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz., zolang de gemeenterekening van het aanslagjaar waarop de belasting betrekking heeft, nog niet werd goedgekeurd.
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dat Wetboek van toepassing voor zover ze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.
Het reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.